Hurdegaryp
Rond de oorlogswinter ’44-45 meegemaakt door toen
10 jarige Kees Leemhuis op vakantie bij Pake en
Beppe in Hurdegaryp.Sinds 1957 woont Kees Leemhuis
in Zweden.Geboren en getogen Hurdegarypers konden
het toen kleine mannetje Kees nog wel herinneren.
het hele verhaal te lezen hier
op de website van Hurdegaryp.
REISVERSLAG
VAN 8 DAGEN MALTA.
Jelle Boeijenga (†
5-3-2009) uit Hurdegaryp, een reisje naar het
buitenland heeft mij altijd wel aangetrokken,in
april/mei 2006 was er een reis gepland in het kader
van “In de voetsporen van de apostelen Johannes en
Paulus” en wij daar in West—Anatoliö (Turkije)
en eiland Patmos (Griekenland) de z.g.n. “heilige
plaatsen” aldaar bezochten. lees hier
het hele reisverslag.
Nu ook te lezen A.N.W.B. * W.W. en Thuiszorg
Het
waar gebeurde verhaal geschreven eind 1945 over het
verzet in Hurdegaryp en Noardburgum.(in het
fries)
De schrijver, destijds anoniem, blijkt de heer Teade
Kingma uit Burgum te zijn. Ten tijde van het verzet
woonde hij in Hurdegaryp. Zijn vader was politieman
(1914-1948) in ons dorp. Wij plaatsen dit artikel
met instemming van Teade Kingma waarvoor onze
hartelijke dank.Het hele verhaal is nu te lezen op
de website van Hurdegaryp. klik hier!
garagebedrijf Sieb (Sijbren) Postma in Hurdegaryp
Vele eersten zullen de laatsten zijn. Over de carrière van Sieb 'Guzzi' Postma
Het was een moeilijke keuze geweest voor de dertienjarige Sieb (Sijbren) Postma toen hij het
ouderlijke huis verliet. Hij kon kiezen tussen het boerenbedrijf van zijn broer en de werkplaats
van zijn zwager, die motorhersteller was. Hij was vaak bij zijn broer geweest en had altijd weer
genoten van het leven op en om de boerderij. Toch koos hij voor de techniek, het geluid en de
snelheid van de motorfiets en zo verhuisde hij in 1928 naar Midlum, een dorp onder de rook van
Harlingen, én vlakbij Herbaijum, het dorp waar hij op 5 maart 1915 het levenslicht had
aanschouwd.
Die zwager was ene Jan Visser, die met Sieb's zuster Geertje was getrouwd. Bij Visser werd hij
langzaam ingevoerd in de geheimen van de motortechniek. Visser was een bekwaam technicus. Zijn
garage lag aan de voor Friese begrippen drukke weg tussen Leeuwarden en Harlingen. Er werd
vooral geld verdiend met het onderhoud en de reparatie van allerhande motoren. Van
transportbedrijven had hij vrachtauto's in onderhoud en bij boeren werden trekkers, waterpompen
en andere motoren nagekeken.
Visser was ook een sportman in hart en nieren. Hij zwom en zeilde en behaalde vijf (!)
Elfstedenkruisjes. Het is dan ook niet verwonderlijk dat hij zich op de motor sportief wilde
meten met anderen. Zijn eerste wedstrijd in Gorredijk smaakte naar meer en tot zijn fatale
ongeluk in 1948 zou hij aan wedstrijden deelnemen.
De jonge Postma werd snel aangestoken door de sportman en techneut die zijn zwager was. In
augustus 1931 nam hij deel aan een wielerwedstrijd op het gemeentelijk sportterrein van
Harlingen. En prompt won hij de eerste prijs.
In dezelfde tijd was hij ook reeds aan het motorrijden. Ruim een maand na die glorieuze
overwinning haalde Sieb het rijbewijs C, waarmee hij gerechtigd was "voor het besturen van
motorrijtuigen op twee wielen, waarmede geen grootere snelheid kan worden bereikt dan 30 km per
uur". De Douglas die hij op de kop tikte reed nogal wat sneller, zodat controle door de
marechaussee niet uit kon blijven. Toen deze dan ook werd uitgevoerd bleek de motor echter niet
sneller dan 20 km. per uur te kunnen rijden. "Hy wie dan net foarút te brânen" (letterlijk
vertaald: hij was dan niet vooruit te branden), aldus Postma. De na-ontsteking had hem een
bekeuring bespaard. Nadat de politie uit het zicht was werd de motor weer gauw in zijn normale
stand gezet, met voorontsteking dus.
Visser had inmiddels contact gekregen met de uit Oostenrijk afkomstige Franz Josef Binder. Franz
was als twaalfjarige na de Eerste Wereldoorlog enkele maanden in Harlingen geweest om aan te
sterken. Dat had blijkbaar zo'n indruk op hem gemaakt dat hij in 1928 terugkeerde naar de Friese
havenplaats. Hij was een fervent motorrijder en ook één van de deelnemers aan de reeds genoemde
wedstrijd in Gorredijk in 1929. Drie jaar later schreef hij zich in voor de TT in de 350
cc-klasse. Zijn Rudge werd geprepareerd door Jan Visser, die zich zelf het volgende jaar ook
prompt aanmeldde. Postma moest nog even wachten. Hij was er wel vaak bij als de beide coureurs
de wegen rondom Harlingen en Midlum onveilig maakten.
Voor zover bekend reed Sieb zijn eerste wedstrijd in augustus 1934 op een weiland in Midlum. De
Friesche Motorclub had samen met de plaatselijke feestcommissie races op touw gezet, waar
uiteindelijk veertien rijders op afkwamen, waaronder uiteraard ook Visser. En Gerrit
Roosjen, een andere Friese coryfee uit die dagen, was eveneens van de partij. De races werden met 600
toeschouwers, mooi weer en zonder ongelukken een groot succes. Hoe Postma het er bij zijn
première vanaf heeft gebracht is overigens niet bekend.
Bijna een jaar later is ook Postma van de partij in Assen. Hij had zich voor de 350 cc-race
ingeschreven met een Lady. Niet zomaar een Lady, maar dé Lady, waarop Visser in de twee
voorafgaande jaren zulke opmerkelijke resultaten had bereikt. Met name de zesde plaats in 1933
werd hoog aangeslagen.Visser had voor de TT van 1935 de beschikking gekregen over een snelle 250 cc Grindlay-Peerless.
Zodoende mocht Postma met de Lady rijden. En ook nu niet zonder succes. In een tijd van drie
uur, vier minuten en 40 seconden beëindigde hij de race als twaalfde, ruim 26 minuten achter
winnaar Rusk. "Ik wie út 'e liken nei ôfrin" (Ik was bekaf na afloop), aldus Postma, ruim zestig
jaar later. Het gebrek aan vering had de race zeer zwaar gemaakt. Omdat de houding ongemakkelijk
was geweest had hij zo nu en dan de voeten even van de steunen gehaald.
Begin 1936 kreeg hij de mogelijkheid om ergens anders aan de slag te gaan. Hij trok naar
Oosternijkerk ten noordoosten van Dokkum om er bij garagebedrijf Weidenaar als monteur en
chauffeur aan de slag te gaan. Voor de TT van dat jaar kreeg hij een Norton te leen van Willem
Flikkema uit Groningen. Hij nam deel aan de 500 cc-race en moest het dus opnemen tegen Guthrie,
Milhoux, "Ginger" Wood en andere grootheden uit die tijd. Een succes werd het niet. In Bartelds
Bocht ging Sieb onderuit. Hij krabbelde nog wel weer overeind en reed verder tot …... de motor
het begaf.
Op Koninginnedag (31 augustus) van dat jaar zou hij in Leeuwarden deelnemen aan een
behendigheidswedstrijd op motoren. Bij het maken van een proefrit op de Wilhelminabaan ging het
echter mis. Hij kwam zo ongelukkig ten val dat hij zijn pols brak. Toen hij nog geen twee weken
later in het huwelijk trad met Trijntje Tigchelaar had hij zijn hand nog in het gips. Het
huwelijk werd gesloten onder huwelijkse voorwaarden: Sieb zou niet weer meedoen aan motorraces.
Daar heeft hij zich bijna tien jaar aan kunnen houden.Ze hadden inmiddels een garagebedrijf in Hardegarijp overgenomen. Daar werden eerst vooral
motoren verkocht en gerepareerd. Na de oorlog breidde hij de handel uit met auto's en werd
subdealer voor Lancia, Alfa Romeo en Simca.
In 1945 verbrak hij de belofte die hij bij zijn huwelijk had gedaan. Hij kwam dat jaar o.a. in
actie op de grasbaan van Hilversum. Hij moest tot 1946 wachten eer hij weer op het asfalt kon
racen. Hij had inmiddels de beschikking over een 250 cc Moto Guzzi Albatros, die hij voor
duizend gulden van Henk Steman had gekocht. Met Visser en Jan van der Lei, een andere Friese
rijder, nam hij aan vele Belgische races deel, in Brussel, Knokke, Chimay enz. In de Grand Prix
du Zoute behaalde hij de tweede plaats. In eigen land behaalde hij in Zandvoort en Tubbergen ook
tweemaal het zilver.
De jaren '47 en '48 werden twee kwakkeljaren. Alleen op het vliegveld bij Leeuwarden in de hete
zomer van 1947 kwam hij twee keer op het podium; in de 250 cc op de Guzzi en in de 350 cc-race
op een van een kennis geleende Velocette. Deze laatste race had hij bijna winnend afgesloten. De
wedstrijden werden namelijk niet verreden over een van tevoren vastgesteld aantal ronden. Er
werd afgevlagd nadat de rijder die op kop reed een half uur had gereden. Volgens de verslaggever
van de in Heerenveen uitgegeven Hepkema zorgde dat voor veel onduidelijkheid bij de rijders die
niet wisten wanneer de laatste ronde in zou gaan. Vooral Sieb Postma zou hier slachtoffer van
zijn worden. In de 350 cc-race "streed (Postma) een meer dan verwoede strijd met de Rotterdammer
G. Poel en om beurten passeerde men het eerst de startlijn. Toen de vlag viel als teken dat de
wedstrijd beëindigd was, lag Postma een paar meter achter, maar we maken ons sterk, wanneer hij
vooraf had geweten dat de laatste ronde was ingegaan, hij zeker alles op alles zou hebben
gezet", aldus de verslaggever.
Maar behalve in Leeuwarden was het verder kommer en kwel. Er was altijd wel iets met de Guzzi
aan de hand. Voor het seizoen 1949 werden dan ook rigoureuze maatregelen getroffen. Uit de
Citroën werden de rechter voor- en achterstoelen gehaald. Op die plaats kon de motor staan. En
met zijn vrouw op de stoel achter hem reed Sieb naar Mandello del Lario aan het Lago di Lecco
voor een bezoek aan de Guzzi-fabriek. De motor werd in de fabriek grondig nagekeken en keerde
met extra pk's als herboren terug in Friesland. Ook voor onderdelen zijn ze later nog
verschillende keren naar Italië geweest.
Het seizoen 1949 kende vier races voor het kampioenschap en alle vielen ten prooi aan de
combinatie Postma-Guzzi. Sieb was een slechte starter, een zeer slechte zelfs. In de eerste
kampioensrace van dat jaar was hij als laatste weg, maar na een fenomenale inhaalrace kwam hij
als eerste over de finish. In Etten stond hij nog aan de motor te sleutelen toen iedereen al uit
het zicht was verdwenen, maar ook daar werd hij als eerste afgevlagd. Bij de laatste races in
Tubbergen en Zandvoort herhaalde zich dit weer.
Na de twee magere jaren 1950 en 1951 was hij in 1952 opnieuw de beste. Tijdens de internationale
races in Tubbergen van dat jaar pakte hij de titel door als beste Nederlander op de vijfde
plaats te eindigen na een fel gevecht met de Italiaan Baviera. Samen met matchwinnaar Bruno
Böhrer reed Postma een ereronde, waarbij zij door een grote menigte werden toegejuicht.
Tubbergen behoorde voor Postma tot zijn favoriete wedstrijden. Assen heeft nooit veel indruk op
hem gemaakt. De verschillen tussen de fabrieksrijders en de privé-rijders waren daar te groot.
Toch behaalde hij tijdens de TT van 1952 een zesde plaats (beste Nederlander) en daarmee zijn
enige wk-punt, waarmee hij in het wereldkampioenschap dat jaar als 22ste eindigde.Postma nam ook in het buitenland aan verschillende races deel, in België, Duitsland en Italië.
In 1954 reed hij op uitnodiging naar Baden in Oostenrijk. Op weg naar het zuidelijk van Wenen
gelegen circuit was hij door een keelontsteking lang niet fit. Als gevolg daarvan trainde hij
niet veel en de verwondering was daarom des te groter toen hij op de eerste startrij bleek te
staan. Na de start raakte Sieb in de eerste bocht een putdeksel en ging onderuit. Het ergste was
dat hij van achteren werd aangereden. De borstkas sloeg op het olietankje boven op de tank. Zo
belandde Sieb met een pijnlijke ribbenkast in het ziekenhuis. Hij kon het al gauw weer lopende
verlaten. Maar het was nu genoeg geweest. "Wy hâlde no mar ris op mei dy grappen", zou vrouw
Postma toen hebben gezegd. Het risico werd te groot. Er moest ook aan de toekomst worden
gedacht. De garage in Hardegarijp was net verbouwd.
Met nog één race te gaan was Postma al zeker van de titel en door de laatste wedstrijd in
Tubbergen te rijden zette hij die zelfs op het spel. Dat zat zo. Postma werd in de titelstrijd
gevolgd door Henk Steman, die bij winst gelijk in punten zou eindigen. In dat geval zou de
laatst verreden wedstrijd waarin beiden aan de start waren gekomen beslissend zijn. Dat was in
Assen geweest en daar was Steman uitgevallen. Het kenmerkt de sportiviteit van Postma dat hij
toch in Tubbergen aan de start verscheen. Het werd voor Postma, die beslist geen regenrijder
was, extra moeilijk toen de baan door een hoosbui nat was geworden. "De lange Fries" bleef
echter koel en veroverde de tweede plaats achter de Duitser Brand, maar voor Steman. Hiermee was
de derde titel een feit voor de toen 39-jarige Postma met een Guzzi die inmiddels vijftien jaar
oud was. Een mooier afscheid van de motorsport was niet denkbaar.
Toch kon Sieb niet geheel zonder snelheid. Net als John Surtees en Mike Hailwood later zouden
doen, nam Postma nog deel aan verschillende autoraces, vooral rally's, waaronder een paar keer
de Tulpenrally. Hij keerde nog regelmatig terug naar Assen om als bezoeker de TT-races te
volgen. En snel rijden bleef zijn devies.
Verder richtte hij zich op zijn garagebedrijf dat hij tot 1975 zou leiden. Inmiddels bewoont hij
met zijn echtgenote al weer vijftien jaar een appartement in Leeuwarden.
Nog eenmaal heeft hij zijn Guzzi teruggezien. Tijdens de Centennial TT was Postma één van de
deelnemers. Echter, bij het rijden naar de baan had hij even een black-out, en raakte zo met
zijn motorfiets de afrastering. Een pijnlijke hand was het gevolg en daarmee was deelname verder
uitgesloten.
Deze tekst is eerder verschenen in het tijdschrift ‘Het MotorRijwiel’, nr. 68 (maart/april
2004), pp. 32-34.
7 sept. 2007
Siep Postma is op 92 jarige leeftijd overleden.
Even
terug in de tijd: 1 juli 1965 Bron:
actief 1965 Bennemastate
Actief
2e jaargang nr171 juli 1965
De
Bejaarden van "Bennema state" te Hardegarijp
werden zaterdag j.1. op originele wijze verrast. Het
initiatief hiertoe was genomen door bet bestuur van de
P.C.B. Wegvervoer, afd. Friesland. Deze afdeling
vierde op deze dag op feestelijke wijze het 12 1/2jarig bestaan. Onderdeel van deze feestdag
was een oriënteringsrit. Eén van de opdrachten, die
tijdens deze rit uitgevoerd moesten worden, was het
aanbieden van een mandje met fruit aan de hoofdingang
van ,,Bennema State”. Dit gebeurde heel officieel
met een goed ingevuld vervoer adres, dat na ontvangst
werd afgetekend.
Bejaarden, directie en verpleegsters waren allemaal
enthousiast over deze leuke geste en namen het fruit
dankbaar in ontvangst. De officiële aanbieding vond
plaats in de recreatiezaal van ,,Bennema State”.
Dit gebeurde met een korte toespraak van de heer H.
Brolsma, secr. van de Friese afd. van de P.C.B. en de
heer Boersma, functionaris bij de Stichting
Vervoeradres te Den Haag.Namens
de bewoners van ,,Bennema State” werd een dankwoord
gesproken door adj. directrice, Mej. S. Hoogland.
mei dank oan Alle+ en Janna Dijkhurdegaryp
'Euphonia'
uit Hurdegaryp toog in 1950 naar het concours
Tot in de vijftiger jaren had Hurdegaryp een
fanfarekorps. Een groot muziekgezelschap is het
nooit geweest met zijn hooguit 30blazers
en veel concoursen heeft men niet bezocht. Wel gaf
het trouw acte de présence bij jubiles of
dorpsfestiviteiten. “Marsjearje wie ûs sterkste
punt net,” zo vertelt Henk Engbrenghoff uit
Burgum, eigenaar van de afgebeelde foto. Doordat
de muzikanten in lengte nogal uiteenliepen, waren
de passen eveneens verschillend van afmeting.
Daarom was ‘Euphonia’ op z’n best als het op
een platte boerenwagen musicerend door het dorp
trok.
HET
CONCOURS
In 1950 besloot men z’n geluk eens te beproeven.
De heren muzikanten namen, om meer plezier aan het
uitje te beleven, hun dames mee, zodat in augustus
een volle bus koers zette naar ‘MoIkwar yn ‘e
Sûdwesthoeke’. “Wy hawwe ûs earst ek noch
ferriden.”
Molkwerum had toen nog niet dehuidige
toegangswegen. Het was warm die dag en men mocht
in een kerk aldaar even inspelen. “De preekstoel
lei bûtendoar yn it gers, oars koene wy der net
yn.” Vermoedelijk is het een niet meer gebruikte
kerkzaal geweest, want het lijkt niet aannemelijk,
dat van monumentale Godshuizen het interieur
gedeeItelijk gesloopt werd om een blaaskapel de
gelegenheid te bieden even te oefenen. “1k wit
it stik net mear, mar der siet wol in lange roffel
yn,” merkt Engbrenghoff, destijds trommelslager,
op. “En wy hellen in twadde priis.”
DE KORPSLEDEN De
muzikanten zijn, te beginnen bij de vier op de
bovenste rij van links naar rechts: bakker
Tsjerk Kuipers, man en vader van het eerste rooms
katholieke gezin in Hurdegaryp, S. Hannema, kapper
Wilem Hiemstra en Lieuwe Holwerda. Op de tweede rijhoudt Jan Blauw het
vaandel, verder schoenmaker Tolsma, Frans Boonstra,
die ook voor dit fotoverhaal informatie heeft
geleverd, de later met zijn gezin naar Amenika geëmigreerde
slager Tj. Soldaat, H. Hiemstra, smid Harm Nicolay,
Pieter R. de Vries, die klerk was bij notaris Gorter,
zijn vader Rinze de Vries en Alle Jager. Op
de voorste rij staan afgebeeld Rommert
Slot, Henk Engbrenghoff, Izak Kuperus, nu
woonachtig in Raalte, Jappie Soldaat, Foeke Venema,
Germ Wiersma, Albert Spoelstra, dirigent Osinga,
Alle van den Meulen en Klaas de Vries. De vader
van Rommert, Kees Slot, was melkboer in Hurdegaryp,
maar net verhuisd naar Reduzum, waar hij baas werd
in ‘De grote drie Romers’. Romment mocht nog
mee naar Molkwar en op de terugweg zette men hem
thuis af. Vader Slot onthaalde de muzikanten op
een traktatie, waarvan men warm en blij werd van
binnen. En aangezien bij vreugde muziek hoort,
klonken in de straten van Reduzum orn kwart over
twaalf ‘S nachts nog enkele marsen. Vele deuren
gingen open en in nachtgewaad uitgedoste bewoners
vroegen zich verschikt en nieuwsgierig af,
waaraan men deze nachtelijke serenade te danken
had.
HET NOTARISJUBILEUM Dirigent
Osinga, eigenlijk een pianist en een
voortreffelijk musicus,
Iegde kort nadien de dirigeerstok neer. Bassist
Holwerda
volgde hem op. Hij zette zich enorm in voor het
korps, terwijl hij salarieel weinig eisen stelde.
De wekelijkse repetities waren in de consistorie
naast de pastorie, waar nu Bosgra zijn voertuigen
ten toon stelt.
Velen
in het dorp droegen ‘Euphonia’ een warm hart
toe. Toen riotaris J. Gorter zijn 25-jarig
ambtsjubileum vierde, kwamen met alleen de
dorpsnotabelen op de avondvullende receptie, maar
ook het korps was uitgenodigd om te musiceren.
Halverwege de avond maakte dirigent Holwerda een
door de notaris geschonken enveloppe met inhoud
open,
waarin
het voor die tijd vorstelijke bedrag van f 125.- zat
‘foar in nije trompet”. Ook waren de tractaties overvloedig en de
glaasjes zelden leeg. Verschillende gasten lieten
zich dan ook niet onbetuigd. “1k haw oan it ien
fan ‘e jun wol tsien kear ôffûstke
mei
Jager en De Vries,” aldus Engbrenghoff.
Ook de toenmalige plaatselijke predikant ds. De
Boer had zich die avond de aardse geneugten
allerminst ontzegd. Het verhaal gaat, dat hij,
toen hij het feest
verliet, wel langs en niet tegen een hekpaal fietste, maar voor hem helaas
wel aan de verkeerde kant, zodat hij met hulp van
de feestgangers onder de nodige hilariteit uit de
gracht getrokken
moest worden. Kletsnat en groen van het eendekroos
keerde hij huiswaarts.Lijkt dit verhaal tot nu toe meer de historie van
een groep
kermisgangers, die zich van het ene naar het andere
drinkgelag spoedden, dan is dat ten onrechte. De
repetitieavonden waren leerzaam en er werd steeds
ijverig gemusiceerd.
HET
EINDE
Halverwege de vijftiger jaren is, zoals in de
aanhef reeds is geschreven, de klad er wat in
gekomen. Door emigratie, verhuizing en te weinig
adspirantleden raakte het korps in de
versukkeling. De oude tweespalt in het dorp
‘openbaren en christelijken’ of ‘grouwen en
finen’ heeft ook daartoe bijgedragen. “Wy
spylje oan it begjin en oan it ien in koraal, foar
de ien in gebed en fear de oar allinnich foar de
stemming’ placht
dirigent Holwerda vaak te zeggen. Maar het verzoek
te komen spelen bij het feest van de openbare
school riep bij enkelen weerstand op, omdat juist
in die tijd de strijd
voor
het oprichten van een christelijke school het
hevigst was. (Hurdegaryp een teken!) Voor weer
anderen was het onverteerbaar een eventueel te
houden feest van de chr. school met muziek op te
luisteren. Niet lang daarna zijn dan ook de
laatste tonen van ‘Euphonia’, de naam betekent
welluidendheid, verklonken...
J.
Bergesma.
bron:weekblad actief woensdag 23 mei
1990
ZONDAG 27 MAART 1966 en
DONDERDAG 23 FEBRUARI 1967
Hurdegaryp voorpaginanieuws in
de landelijke pers
In maart 1966 en februari 1967 raasde er een
westerstorm over Hurdegaryp. De huizen aan de
Vossenburcht en De Horst stonden destijds op de
eerste rang. Ten westen ervan nog een weids
landschap zonder enige vorm van bebouwing.
Op zondag 27 maart 1966 werd het
dak van het blok Vossenburcht 18 t/m 28 gerukt.
Nog geen jaar later, op donderdag 23 februari
1967, ‘volgden’ de blokken De Horst 37 t/m 45
en Kobbeflecht 52 t/m 60. De daken van de niet
getroffen woonblokken aan Vossenburcht en De Horst
zijn daarna ook vernieuwd.
Hier een impressie aan de hand van verschillende
krantenartikelen..
L.C. maandag 28 maart 1966:
Storm vaagde in Hardegarijp dak van huizenblok
Balken boorden zich in huizen
aan overzijde
De westerstorm die gisteren
over het land raasde had het in Friesland speciaal
op Hardegarijp gemunt. Een valwind rukte daar in
de Vossenburcht aan de westkant van het dorp het
dak van een in 1962 gebouwd blok van 6 woningen.
Het dak, ter lengte van ± 36 meter, zwiepte in
z’n geheel de lucht in, brak in stukken boven de
ruim 30 meter brede straat en sloeg gedeeltelijk
tegen en in een drietal woningen aan de overkant.
Spanten en dakhout lagen tot op 80 meter van de
toegetakelde huizen. De totale schade loopt tegen
de ƒ100.000,00. Persoonlijke ongelukken deden
zich niet voor.
Perplex
De bewoners van de Vossenburcht
hebben des te meer gemerkt. "Het was ongeveer
11.00 uur" vertelde de heer Johannes Hansma
(54), die met vrouw en 2 grote kinderen op nr. 24
woont. "Het werd vreselijk weer. Een
kletterende regen, zware hagel en dat gepaard met
harde wind. En toen gebeurde het. Het was net of
alles ineens werd opgetild. En dat met een hevige
knetterende slag. Er sloeg een steekvlam uit de
kachel en we zagen dat de schoorsteen in de tuin
viel. We waren perplex. Het hele dak was van ons
huis gezogen en grotendeels tegen de woningen aan
de overkant geslagen".
Snelle hulp
Kort na het verwoestende werk
van de windhoos kwam van alle kanten hulp
toestromen ondanks het feit dat het nog steeds
hevig regende. De woningen waarvan het dak was
verdwenen, terwijl grote gaten in de boardplafonds
van de daaronder liggende slaapkamers waren
geslagen werden zo snel mogelijk voorzien van
dekkleden. Firma Wagenaar uit Leeuwarden stelde
600 m2 dekzeil beschikbaar. Mannen van
gemeentewerken Tietjerksteradeel waren binnen een
half uur na de ramp druk aan de slag de kleden te
bevestigen, samen met aannemers en hun personeel
uit het dorp. De balken en planken die door de
ruiten ‘aan de overkant’ naar binnen waren
geslingerd werden naar buiten getrokken. Met hout,
board, plastic en zelfs met een oude pingpongtafel
werden de ramen dichtgemaakt. Om 16.00 uur was het
hele karwei achter de rug. Burgemeester Oppdijk
van Veen, die zelf de toestand in ogenschouw kwam
nemen, liet een patrouillewagen van de politie
inrichten als kantinewagen. De auto bracht kannen
koffie en belegde broodjes, klaargemaakt in hotel
Hardegarijp.
Geen paniek
Hoewel iedereen in de
Vossenburcht enorm geschrokken is, is er geen
paniek ontstaan. Het mag een wonder heten dat zo
goed als niemand gewond is geraakt. In sommige
huizen werden de slaapkamers vernield. De spanten
boorden zich dwars door de plafonds en kwamen met
stenen op de bedden terecht. Een benauwd
ogenblikje beleefde de 28-jarige Ina van der
Molen, dochter van het hoofd van de Juliana van
Stolbergschool in Leeuwarden, die de meest
noordelijke woning van het blokje van zes bewoont.
Zij was zich boven aan het verkleden toen plots
het dak van het huis werd gelicht. Ze snelde naar
beneden terwijl het plafond van het trapportaal
wegsloeg.en de trapleuning onder vallend gesteente
bezweek. Ze kreeg een steen tegen de benen.
Er hing na de valwind zware
kolendamp in de kamer. Bij de meest zuidelijke
bewoner van het blokje, de heer P.Siemer (vrouw en
2 kinderen) zaten tal van deuren klem. De kozijnen
schijnen verzet te zijn door de wrikkende beweging
die veroorzaakt werd door het wegrukken van het
dak. Aan de overkant werden 3 huizen zwaar
beschadigd maar hier waren het vooral de woon- en
slaapkamers die het moesten ontgelden en waren
bijna alle ruiten vernield.
Elders slapen
Wonder boven wonder ook hier
niemand verwond. Bij de fam. Kasse staken de
balken ook door het plafond. In het zwaarst
getroffen blok van zes heeft vannacht maar een
gezin thuis geslapen. De anderen hadden elders een
onderkomen gezocht. Overigens hebben vannacht alle
zeilen het, ondanks de harde wind, gehouden.
Sommigen durfden niet het electrisch te gebruiken
omdat de leidingen deels bloot lagen. Vandaag
kunnen de bewoners verder met het opruimen van
glas, stenen en kalk, de meubels, de bedden enz.
zodat een verblijf in de woningen weer mogelijk
is. Zeer te spreken waren alle gedupeerden over de
hulp, vooral ook van de zijde van de gemeente.
L.C. vrijdag 24 februari 1967
Weer daken gewaaid van blok woningen in
Hardegrijp
Blok steen in wiegje bij baby
Vanmorgen om 10.10 uur
,
precies als bijna een jaar geleden, zijn in
Hardegarijp de daken van een blok van 5 huizen
gewaaid. Het dak, van ongeveer 40 m lengte, werd
door een rukwind in zijn geheel van het huizenblok
getild. In de lucht brak het dak in 3 stukken
waarvan het middelste deel meteen achter de
woningen terecht kwam en de andere stukken her en
der vlogen, een ander blok woningen beschadigden
en op verschillende plaatsen de grond omploegden.
Overal in de omgeving lagen planken, spanten en
balken.
Het hele dak werd
‘weggevaagd’ m.u.v. de spouwmuren. De
beschadigingen zijn het ergst aan de westkant,
waar de wind vandaan kwam. Bij de fam. Posthuma
kon men, in de slaapkamer staande, gewoon ‘ins
blaue hinein’ kijken. Mevr. Posthuma (Kobbeflecht
60) deed ons huilend de deur open. "Ze
moesten voor de bijl, die kerels" was haar
eerste reactie. Mevrouw Posthuma liep de trap op
naar boven waar op de slaapkamer van haar en haar
man de wieg van hun 8 maanden oude dochtertje
Evelyn stond. Het kind lag rustig te slapen toen
het dak en een gedeelte van de muur wegwaaiden.
Een brok steen van zo’n 3 kilo viel in de wieg
op 30 cm van het hoofdje van de baby. Gelukkig
werd ze niet verwond. Vrienden, onder wie dokter
Rhee, hielpen de heer Posthuma bij het pakken van
kleding en huisraad. Het dak van hun huis ligt 60
m verderop tegen de zijmuur van de woning van de
familie Offereins aan de Douwetille. Twee
werklieden sjorden aan een zware dakspant die 1
meter de bodem is ingeslagen.
De heer Ponne, wonend op nr.
58, had al plannen om naar Leeuwarden of Hallum te
verhuizen en bood zijn woning via een biljet voor
het raam te koop aan. Gelukkig ben ik goed
verzekerd, zo vertelde hij vanmorgen. Nadat
verleden jaar de daken van de woningen in de
Vossenburcht waren gewaaid had hij zijn
stormschade verhoogd van ƒ27.500,-- tot ƒ40.000,--.
Aan het huis heeft altijd wat gemankeerd, zo zei
de heer Ponne. "Wij hadden de huizen op
tekening gekocht en hebben een tijdje de laatste
termijn ingehouden toen ze waren opgeleverd. De
oorzaak van de kwaal lijkt mij dat de daken niet
verankerd zijn".
De heer H.Talma op nr. 54 was
druk bezig om spullen van de vliering te halen.
’s Morgens was hij als PTT-monteur in de
Fonteinstraat in Leeuwarden aan het werk toen het
kantoor hem belde "of hij maar onmiddellijk
naar huis wilde gaan". De heer Talma trof
thuis een enorme ravage aan. Hij vertelde hij dat
hij al eens wat aan het dak gedaan had omdat het
vorig jaar bij een stevige wind wel 2 cm uit z’n
voegen was gelicht. Zijn vrouw was op het moment
van de rukwind juist met haar dochtertje bezig de
slaapkamers te doen. "Opeens een luid
gekraak, ik vlieg naar achteren en zie allemaal
brokstukken door de lucht vliegen" vertelt
ze, nog onder de indruk.
Op Douwetille 17, enkele
tientallen meters achter de beschadigde huizen,
woont mevr. D.Plantinga. Zij was bij de buren toen
een brok dak langs vloog en tegen de achtergevel
van haar huis dreunde. Ook bij haar ontstond een
ravage. De achter-slaapkamer is geruïneerd. Een
piano, die beneden voor een raam stond, heeft
voorkomen dat haar zoontje van 8 maanden door
rondvliegende glasscherven werd getroffen.
De Hardegarijpsters, die
dachten dat ze het ergste achter de rug hadden,
hadden het mis.
Om 14.15 uur waaiden nog
eens de daken van een blok woningen. Nu betrof het
5 huizen aan de Horst op ± 150 meter afstand van
de Kobbeflecht. De huizen worden bewoond door de
fam. Bouma, mevr. Fekkes, fam. Jansen, fam. Talma
(de ouders van Talma, Kobbeflecht 54) en fam.
v.Dam.
Automobilisten tussen
Hardegarijp en Leeuwarden reden met de lampen op
vanwege opstuivend zand. In Hardegarijp was een
draad van het electriciteitsnet gebroken en op de
Rijksstraatweg gekomen waardoor het verkeer werd
opgehouden.
De omstandigheden waaronder
verleden jaar op zondag 27 maart in Hardegarijp
een blok van 6 woningen zwaar werd beschadigd
waren ongeveer gelijk aan die van vandaag. De
beschadigde woningen zijn van precies dezelfde
soort. Ze zijn een jaar of vier geleden gebouwd
door het aannemersbedrijf Gebr. Adema uit Goutum
die het werk verrichten in opdracht van de Noord
Ned. Bouwmij. in Groningen. Het ontwerp van de
woningen is van architect Aris van den Berg uit
Leeuwarden. De woningen zijn indertijd voor
omstreeks ƒ 16.000,-- opgeleverd. In 1966 / 1967
bedroeg de verkoopprijs al ongeveer het dubbele
van dit bedrag.
In Goutum geeft een sombere
aannemer B.G.Adema .zijn mening over het gebeurde.
Het is de tweede keer dat het bedrijf van hem en
zijn broer zoiets overkomt. "Het dak was van
te lichte constructie" meent hij.
"Anders was dit nooit gebeurd". De
woningen waren naar zijn zeggen goedgekeurd door
Bouw- en woningtoezicht. "De gemeente had het
toezicht" verklaart de heer Adema. "Ik
hoop dat de bewoners van deze blokken, evenals de
gedupeerden van vorig jaar, door de verzekering
schadeloos gesteld worden. Maar wij krijgen er ook
weer een enorme dreun door hoewel we er niets aan
kunnen doen. Je maakt een kostenberekening en je
bouwt voor de opdrachtgever.
25 jaar Geref. vr. ver.
"niet in eigen kracht" 1952-1977
De ferjitten
dichter fân Hurdegaryp, Auke Boonemmer
IT BOASK OAN 'E DYK
Der roun is in famke mei linten en bân,
In koer yn de earn en in koerke yn 'e hân;
Det famke der kaem 'e Kollumersweach,
Sa proastich en tsjep as min selden ien seach.
Hja keam by de huzen en draeide oan 'e doar
En róp dér fen ,folk"en fen ,keapje ien en oar!"
Hja wier den sa frieunlijk en lake sa blier,
Sa blier om to stellen, ja siker, 't is wier.
Den roun se wer foart en den sei se goendei;
't Bûnt jakje det skodde en it hier floddre nei,
En blafte 'r in hountsje, det flaeide se sa,
As woe se sa wier der in patsje fen ha.
Krek roun der in feintsje dy faem efternei
Mei 'n reapbosk en skrobbers, dêr sjutele 'r mei;
Det feintsje det kaem fen 'e Sweach-westerein,
In eabel tsjep feintsjen op fjouwren bislein.
Dy sei tsjin it famke: ,,ho rinste sa hird?"
Hja lake en hja sei: ,,Om 't is letter al wirdt."
Do wonk hjar it feintsjen en sei: ,,bliuw hwet stean!
In famke, sa lieaf, wol ik graech yet mei gean."
De skrobbers dy kreaken, it reap sei fen pyp,
't Bûnt jakje det floddre troch Hirdegaryp,
De strietwei s'in slok ha, hein's'elkoarren sein.
Do gyng it al fierder op Ljouwert mar ta,
Hy 't reap op 'e holle en it koerke droech hja;
Mar ticht by de Brêge waer 't famke sa kjel,
Sa smiet dy jongkearel de reapbosk dêr del.
Hy pakte hjar om en gyng sitten op 't strie
Mei 't famke, krekt as 't op in kanapé wie;
Hja frijden det 't klapte; det klonk oer de Wiel
En sjean koe gjin ien it, dêr wier ek gjin siel.
It reap waerd forkoft en de dei gyng oan d'ein;
Min ken it wol riede, as is 't yet net sein:
Dy beiden dy friss'len fen lint en fen strie
In houliksbân, krekt as 't in goudene wie.
Auke Boonemmer 1888
1823-1894, Hy waard
berne yn Grou,syn anker hie er sûnt 1848 yn Hurdegaryp by
in widdo.Freon fan Tsjibbe Gearts van der Meulen, sa krige
Auke Boonemmer syn grêf yn Ryptsjerk.Auke waard ferver en
soe altyd it idee hâlde dat er eins mear betsjutte as in
sljochtwei ambachtsman.
mear ynfo:klik hjir!
HURDEGARYP
MEER DAN 50 JAAR GELEDEN
Enige
persoonlijke herinneringen van Floris Visser
“Tusken
Wâld en Wetter” heeft Marten Scholten de dorpskrant
genoemd. En dat is heel terecht. Hurdegaryp lag op een
zandrug tussen het veen. Aan de oostkant de Fryske wâlden
en aan de overige kanten het lage midden van Fryslân. Die
zandrug liep rond de Rijksstraatweg en de Burgemeester
Drijberweg richting de Hoek. De Burgemeester Drijberweg
heette eerst nog de Zomerweg (daar ben ik aan geboren).
Burgemeester Drijber was indertijd tegen het bestraten van
de Zomerweg. Misschien heeft men ‘daarom’ wel de weg
naar hem vernoemd!
Op
een bodemkaart van Fryslân zie je heel mooi de Dokkumer Wâlden
en Trynwâlden liggen als een soort noordelijke zandpuist in
het omringende klei- en veengebied. Dit zandgebied is
ontstaan doordat een keileemlaag vrij ondiep aanwezig was,
waardoor de zee er geen vat op kreeg. Mijn vader had als
timmerman hier mee te maken. Hij noemde deze laag de
oerlaach.
Eén
van mijn eerste herinneringen was de bevrijding in april
1945. Wij liepen toen naar de Canadezen bij hotel Braam (nu
Hotel Hardegarijp) aan de Rijksstraatweg. Daar werd chocola
uitgedeeld en heerste een heel vrolijke sfeer.
Vooral
in de eerste periode van de 19 jaar dat ik in Hurdegaryp
woonde (1941 tot 1960), was alles buiten de bebouwing langs
Rijksstraatweg, toen nog Zomerweg, Stationsweg en Thoden van
Velzenweg boerenland. In het voorjaar was dat allemaal
natuurgebied met veel weidevogels. Wie de meeste
kievitseieren vond, was een ware dorpsheld. Maar na 19 april
mocht je niet meer ljipaai sykje. Daar werd ook strikt op
gelet en de hand aan gehouden.
Veel
land rond Hurdegaryp lag in de Friese boezem en stond ’s
winters onder water. Daar kon je dus al gauw en ook vaak op
schaatsen. In het voorjaar vond je op de dijkjes rond het
boezemland altijd zoetwaterschelpen (in ‘it Reidlân’
waar nu de Reidslânswei is). Op andere plaatsen bloeiden
veel dotterbloemen (in ‘it Súd’, nabij de huidige
Jintewarren). 'It Noard' ten noorden van de spoorlijn was
één groot natuurgebied, waar omstreeks 1955 nog ontginning
heeft plaatsgevonden. Met de pream van mijn vader, die bij
de Pôllesingel lag, en met behulp van de kloet kon je er
gemakkelijk komen en prachtig varen.
Ook
op andere plaatsen kon je als jongens je prima vermaken. Wij
speelden vaak bij de boerderij van Kees van der Veen op de
Hoek. Daar kwam je via een zandweg (dat begon naast de
duplexwoningen) met een aantal haakse bochten met daarnaast
een fietspaadje langs het boskje rond het Gaeleslot. In dat
boskje was veel mos te vinden. Dat gebruikten we voor de
kijkdozen op school. Langs de zandweg was ook bouwland met
koolrapen, die we dan aten.
Veel
percelen land rond Hurdegaryp hadden een naam, bijv. de
seisde heal, de lange jammer, de hege fjouwer en de hege
fiif, naar deze laatste is de sporthal vernoemd.Rikus Westra kende er vele van. Zijn deze namen
trouwens nu nog bekend?
Hurdegaryp
was een langgerekt lintdorp. Als je uit de enige school in
het dorp (naast de Hervormde kerk) kwam, dan ging je of naar
het oosten of, zoals wij, naar het westen. Je speelde dan
ook vrijwel alleen met kinderen uit jouw buurt. De klassen
waren klein; die van mij telde 6 meisjes en 3 jongens. Het
was een vrijzinnig dorp. Er was alleen maar een openbare
school. De christelijke school kwam later, overigens met
nogal wat protest.
Het
dorp had ook vrij lang ongeveer hetzelfde aantal inwoners.
Er kwam vrijwel niemand bij en er vertrokken ook niet veel.
De eerste nieuwbouw waren de duplexwoningen aan de toen nog
Zomerweg.
Hurdegaryp
was dus een vrijzinnig dorp en met het hoogste percentage
VVD stemmers van alle dorpen in Tytsjerksteradiel. Notaris
mr. J. Gorter uit Hurdegaryp zat lang in de gemeenteraad
voor de VVD. Maar het aantal VVD-ers was niet hoog. Er waren
toen nog geen Wiegelliberalen. Ook het aantal stemmers op
ARP en CHU was gering.
Spannend
was de jaarlijkse kortebaanharddraverij op de dinsdag van de
kermis in september. “Op uw plaatsen, klaar af” klonk
het dan. De “renbaan” was in de omgeving waar nu de
Gereformeerde kerk staat. Hurdegaryp was bekend om stal Van
der Veen met onder meer het bekende paard YYV. Getraind werd
op de Zomerweg richting Tytsjerk, die toen nog niet verhard
was. Daar gingen we dan vaak kijken.
’s
Zomers deed je aan kaatsen. Ik herinner me nog dat ik bij de
jeugdwedstrijd van Reitsje Him een paar jaar achter elkaar
de eerste prijs won. Dat kwam niet omdat ik goed kon
kaatsen, maar omdat ik steeds in het partuur van Koop
Scholten lootte. Hij was toen één van de beste kaatsers
van Hurdegaryp. Wij werden dan gehuldigd door Hearke van Os
in de box naast het sportveld in de buurt waar nu de
Gereformeerde kerk staat.
En
in de zomer zwom je met zijn allen in het spoorgat naast de
spoorlijn. Dat was reuze gezellig. Met heel mooi weer waren
er wel 50 badgasten. De ondergrond van het spoorgat was
vooraan hard, maar verderop venig, waardoor het water dan
erg troebel werd. Je kwam dan uit het zwembad met een
‘baard’ van veen.
Veel
indruk op mij maakte de jaarlijkse uitvoering van de
Hardegarijper Sport Vereniging HSV onder leiding van meneer
Van der Werf op een winteravond in de bovenzaal van Hotel
Braam.
Ook
leuk vond ik het vertrek en de aankomst van het jaarlijkse
uitje van de bejaarden. Na afloop zaten ze dan nog even in
de mooie theetuin naast hotel Braam waar nu de parkeerplaats
is van hotel Hardegarijp. We luisterden naar toespraken van
de voorzitter van de vereniging van ouden van dagen, Doeke
de Vries, en naar de woordvoerder van de bejaarden, Sybren
Koop. Beiden bezaten de gave van het woord.
De
kerk trok in zo’n vrijzinnig dorp niet veel
belangstelling: elke zondag zaten maar ongeveer 25 mensen in
de kerk. Alleen met dankdag voor gewas en met Kerst was de
kerk vol.
Ik
denk nog met plezier terug aan de zondagsschool in de
consistorie naast de oude pastorie. Onder de stenen bij het
tuinhuisje zag je daar soms hagedissen. De verhalen uit de
Bijbel waren vaak spannend. Je zong luidop “Grote God wij
loven U, Heer o sterkste aller sterken”. Ik vraag me af of
dat lied in de oorlog mocht worden gezongen met de heerser
uit Duitsland die niemand boven zich duldde.
In
ieder dorp heb je, volgens mij, dorpshumor. Hurdegaryp telde
in die tijd 1200 inwoners die je vrijwel allemaal kende. En
ieder mens is uniek en heeft wel iets grappigs over zich. De
humor in Hurdegaryp was nooit scherp, maar je kon altijd wel
lachen.
In
de jaren vijftig waren er veel boerderijen en er was nog de
hoefsmid. In het dorp was nog geen tractor te bekennen. De
meeste bewoners hadden werk in Hurdegaryp als zelfstandige
of bijv. bij de boer. Men bezat weinig, maar men vermaakte
zich best. Geert Mak heeft ongeveer een jaar bij zijn ouders
in Hurdegaryp gewoond. Ik heb wel eens gelezen dat hij
Hurdegaryp maar niets vond. Hij heeft vast niet in het dorp
geleefd. Mijn mening is dat wanneer je er wel een tijd hebt
geleefd, het er gezellig was. Met veel plezier heb ik in
Hurdegaryp met zijn mooie omgeving gewoond.
Er
zijn in Hurdegaryp veel instellingen en
verenigingen die zich op de een of andere
manier inzetten om het wonen in Hurdegaryp
aantrekkelijk te maken. U kunt hierbij denken
aan de sportverenigingen, de
oud-papier-inzamelcommissie, de speel-o-theek,
het dorpshuis "De Schalmei", enz.
Tot de verenigingen die zich in willen zetten
voor het dorp, behoort ook de Vereniging voor
Dorpsbelangen. Al 85 jaar heeft de Vereniging
maar één doelstelling, namelijk het
bevorderen van de leefbaarheid in Hurdegaryp.