Hardegarijp   Hurdegaryp             
Home » Wolkom op de thùsside fan Hurdegaryp                                                                                          "Hurdegaryp" A little town in the northern part of the Netherlands
Dorpsbelang
Bestuur

Dorpskrant
Doarpskrante

Nieuws
Nije neitsjes

Kerk
KerkBlad (Twa lûd)
Kerkradio

TV Hurdegaryp
TV Kanalen

Film Hurdegaryp
Video film's

Miljeu
Miljeu-koer

Hurdegaryp foto's
Prentbriefkaarten
't Sûd
Luchtfoto's
Rijksstraatweg
Winter 1996
ijsbaan
Hurdegaryp 1930
Fietsen/wandelen
Nachtfoto's
Station Hurdegaryp
Schoolfoto's
Elfstedentocht
Diverse foto's
A.K.W Douma
Foto breedband
Even terug in tijd
Oude foto's
Simmer 2000
Bouwspeelweek
Buitenveld reservaat
Wegwijs Hurdegaryp
Kaart Hurdegaryp

Goud van Oud
Frysk Folksliet
Simmerjûn
Simmermoarn
Wâldsang
Heitelân
Menaam
Pake syn Klok

Panorama foto's
Rijksstraatweg Noord
Rijksstraatweg West
Rijksstraatweg Motel
Winkelcentrum
Bennemastate
Drijberweg

Gastenboek
U mag het zeggenMail Webmaster

Digitale dorpen
Tytsjerksteradiel
Noardburgum
Feanwâlsterwâl
Hurdegaryp
Jistrum
Eastermâr
Sumâr
Burgum
Garyp
Earnewâld
Sûwald
Tytsjerk
Ryptsjerk
Gytsjerk
Mûnein
Readtsjerk
Wyns
Aldtsjerk
Oentsjerk

                                                                     Hurdegaryper's zijn tegen zinloos geweld!

Hurdegaryp
Rond de oorlogswinter ’44-45 meegemaakt door toen 10 jarige Kees Leemhuis op vakantie bij Pake en Beppe in Hurdegaryp.Sinds 1957 woont Kees Leemhuis in Zweden.Geboren en getogen Hurdegarypers konden het toen kleine mannetje Kees nog wel herinneren.
het hele verhaal te lezen hier op de website van Hurdegaryp.

REISVERSLAG VAN 8 DAGEN MALTA.
Jelle Boeijenga uit Hurdegaryp, een reisje naar het buitenland heeft mij altijd wel aangetrokken,in april/mei 2006 was er een reis gepland in het kader van “In de voetsporen van de apostelen Johannes en Paulus” en wij daar in West—Anatoliö (Turkije) en eiland Patmos (Griekenland) de z.g.n. “heilige plaatsen” aldaar bezochten. lees hier het hele reisverslag.
Nu ook te lezen A.N.W.B. * W.W. en Thuiszorg

Het waar gebeurde verhaal geschreven eind 1945 over het verzet in Hurdegaryp en Noardburgum.(in het fries)

De schrijver, destijds anoniem, blijkt de heer Teade Kingma uit Burgum te zijn. Ten tijde van het verzet woonde hij in Hurdegaryp. Zijn vader was politieman (1914-1948) in ons dorp. Wij plaatsen dit artikel met instemming van Teade Kingma waarvoor onze hartelijke dank.Het hele verhaal is nu te lezen op de website van Hurdegaryp. klik hier!

                        

                             garagebedrijf Sieb (Sijbren) Postma in Hurdegaryp


             

Vele eersten zullen de laatsten zijn. Over de carrière van Sieb 'Guzzi' Postma


Het was een moeilijke keuze geweest voor de dertienjarige Sieb (Sijbren) Postma toen hij het ouderlijke huis verliet. Hij kon kiezen tussen het boerenbedrijf van zijn broer en de werkplaats van zijn zwager, die motorhersteller was. Hij was vaak bij zijn broer geweest en had altijd weer genoten van het leven op en om de boerderij. Toch koos hij voor de techniek, het geluid en de snelheid van de motorfiets en zo verhuisde hij in 1928 naar Midlum, een dorp onder de rook van Harlingen, én vlakbij Herbaijum, het dorp waar hij op 5 maart 1915 het levenslicht had 
aanschouwd.

Die zwager was ene Jan Visser, die met Sieb's zuster Geertje was getrouwd. Bij Visser werd hij langzaam ingevoerd in de geheimen van de motortechniek. Visser was een bekwaam technicus. Zijn garage lag aan de voor Friese begrippen drukke weg tussen Leeuwarden en Harlingen. Er werd vooral geld verdiend met het onderhoud en de reparatie van allerhande motoren. Van transportbedrijven had hij vrachtauto's in onderhoud en bij boeren werden trekkers, waterpompen en andere motoren nagekeken.
Visser was ook een sportman in hart en nieren. Hij zwom en zeilde en behaalde vijf (!) Elfstedenkruisjes. Het is dan ook niet verwonderlijk dat hij zich op de motor sportief wilde meten met anderen. Zijn eerste wedstrijd in Gorredijk smaakte naar meer en tot zijn fatale ongeluk in 1948 zou hij aan wedstrijden deelnemen.
De jonge Postma werd snel aangestoken door de sportman en techneut die zijn zwager was. In augustus 1931 nam hij deel aan een wielerwedstrijd op het gemeentelijk sportterrein van Harlingen. En prompt won hij de eerste prijs.
In dezelfde tijd was hij ook reeds aan het motorrijden. Ruim een maand na die glorieuze overwinning haalde Sieb het rijbewijs C, waarmee hij gerechtigd was "voor het besturen van motorrijtuigen op twee wielen, waarmede geen grootere snelheid kan worden bereikt dan 30 km per uur". De Douglas die hij op de kop tikte reed nogal wat sneller, zodat controle door de marechaussee niet uit kon blijven. Toen deze dan ook werd uitgevoerd bleek de motor echter niet sneller dan 20 km. per uur te kunnen rijden. "Hy wie dan net foarút te brânen" (letterlijk vertaald: hij was dan niet vooruit te branden), aldus Postma. De na-ontsteking had hem een bekeuring bespaard. Nadat de politie uit het zicht was werd de motor weer gauw in zijn normale stand gezet, met voorontsteking dus. 

Visser had inmiddels contact gekregen met de uit Oostenrijk afkomstige Franz Josef Binder. Franz was als twaalfjarige na de Eerste Wereldoorlog enkele maanden in Harlingen geweest om aan te sterken. Dat had blijkbaar zo'n indruk op hem gemaakt dat hij in 1928 terugkeerde naar de Friese havenplaats. Hij was een fervent motorrijder en ook één van de deelnemers aan de reeds genoemde wedstrijd in Gorredijk in 1929. Drie jaar later schreef hij zich in voor de TT in de 350 
cc-klasse. Zijn Rudge werd geprepareerd door Jan Visser, die zich zelf het volgende jaar ook prompt aanmeldde. Postma moest nog even wachten. Hij was er wel vaak bij als de beide coureurs de wegen rondom Harlingen en Midlum onveilig maakten.
Voor zover bekend reed Sieb zijn eerste wedstrijd in augustus 1934 op een weiland in Midlum. De Friesche Motorclub had samen met de plaatselijke feestcommissie races op touw gezet, waar uiteindelijk veertien rijders op afkwamen, waaronder uiteraard ook Visser. En Gerrit Roosjen, een andere Friese coryfee uit die dagen, was eveneens van de partij. De races werden met 600 toeschouwers, mooi weer en zonder ongelukken een groot succes. Hoe Postma het er bij zijn première vanaf heeft gebracht is overigens niet bekend.

Bijna een jaar later is ook Postma van de partij in Assen. Hij had zich voor de 350 cc-race ingeschreven met een Lady. Niet zomaar een Lady, maar dé Lady, waarop Visser in de twee voorafgaande jaren zulke opmerkelijke resultaten had bereikt. Met name de zesde plaats in 1933 werd hoog aangeslagen.Visser had voor de TT van 1935 de beschikking gekregen over een snelle 250 cc Grindlay-Peerless. 
Zodoende mocht Postma met de Lady rijden. En ook nu niet zonder succes. In een tijd van drie uur, vier minuten en 40 seconden beëindigde hij de race als twaalfde, ruim 26 minuten achter winnaar Rusk. "Ik wie út 'e liken nei ôfrin" (Ik was bekaf na afloop), aldus Postma, ruim zestig jaar later. Het gebrek aan vering had de race zeer zwaar gemaakt. Omdat de houding ongemakkelijk was geweest had hij zo nu en dan de voeten even van de steunen gehaald. 
Begin 1936 kreeg hij de mogelijkheid om ergens anders aan de slag te gaan. Hij trok naar Oosternijkerk ten noordoosten van Dokkum om er bij garagebedrijf Weidenaar als monteur en chauffeur aan de slag te gaan. Voor de TT van dat jaar kreeg hij een Norton te leen van Willem Flikkema uit Groningen. Hij nam deel aan de 500 cc-race en moest het dus opnemen tegen Guthrie, Milhoux, "Ginger" Wood en andere grootheden uit die tijd. Een succes werd het niet. In Bartelds Bocht ging Sieb onderuit. Hij krabbelde nog wel weer overeind en reed verder tot …... de motor 
het begaf.
Op Koninginnedag (31 augustus) van dat jaar zou hij in Leeuwarden deelnemen aan een behendigheidswedstrijd op motoren. Bij het maken van een proefrit op de Wilhelminabaan ging het echter mis. Hij kwam zo ongelukkig ten val dat hij zijn pols brak. Toen hij nog geen twee weken later in het huwelijk trad met Trijntje Tigchelaar had hij zijn hand nog in het gips. Het huwelijk werd gesloten onder huwelijkse voorwaarden: Sieb zou niet weer meedoen aan motorraces. 
Daar heeft hij zich bijna tien jaar aan kunnen houden.Ze hadden inmiddels een garagebedrijf in Hardegarijp overgenomen. Daar werden eerst vooral motoren verkocht en gerepareerd. Na de oorlog breidde hij de handel uit met auto's en werd 
subdealer voor Lancia, Alfa Romeo en Simca.

In 1945 verbrak hij de belofte die hij bij zijn huwelijk had gedaan. Hij kwam dat jaar o.a. in actie op de grasbaan van Hilversum. Hij moest tot 1946 wachten eer hij weer op het asfalt kon racen. Hij had inmiddels de beschikking over een 250 cc Moto Guzzi Albatros, die hij voor duizend gulden van Henk Steman had gekocht. Met Visser en Jan van der Lei, een andere Friese 
rijder, nam hij aan vele Belgische races deel, in Brussel, Knokke, Chimay enz. In de Grand Prix du Zoute behaalde hij de tweede plaats. In eigen land behaalde hij in Zandvoort en Tubbergen ook tweemaal het zilver.
De jaren '47 en '48 werden twee kwakkeljaren. Alleen op het vliegveld bij Leeuwarden in de hete zomer van 1947 kwam hij twee keer op het podium; in de 250 cc op de Guzzi en in de 350 cc-race op een van een kennis geleende Velocette. Deze laatste race had hij bijna winnend afgesloten. De wedstrijden werden namelijk niet verreden over een van tevoren vastgesteld aantal ronden. Er 
werd afgevlagd nadat de rijder die op kop reed een half uur had gereden. Volgens de verslaggever van de in Heerenveen uitgegeven Hepkema zorgde dat voor veel onduidelijkheid bij de rijders die niet wisten wanneer de laatste ronde in zou gaan. Vooral Sieb Postma zou hier slachtoffer van zijn worden. In de 350 cc-race "streed (Postma) een meer dan verwoede strijd met de Rotterdammer G. Poel en om beurten passeerde men het eerst de startlijn. Toen de vlag viel als teken dat de 
wedstrijd beëindigd was, lag Postma een paar meter achter, maar we maken ons sterk, wanneer hij vooraf had geweten dat de laatste ronde was ingegaan, hij zeker alles op alles zou hebben 
gezet", aldus de verslaggever.
Maar behalve in Leeuwarden was het verder kommer en kwel. Er was altijd wel iets met de Guzzi aan de hand. Voor het seizoen 1949 werden dan ook rigoureuze maatregelen getroffen. Uit de Citroën werden de rechter voor- en achterstoelen gehaald. Op die plaats kon de motor staan. En met zijn vrouw op de stoel achter hem reed Sieb naar Mandello del Lario aan het Lago di Lecco voor een bezoek aan de Guzzi-fabriek. De motor werd in de fabriek grondig nagekeken en keerde 
met extra pk's als herboren terug in Friesland. Ook voor onderdelen zijn ze later nog 
verschillende keren naar Italië geweest.

Het seizoen 1949 kende vier races voor het kampioenschap en alle vielen ten prooi aan de combinatie Postma-Guzzi. Sieb was een slechte starter, een zeer slechte zelfs. In de eerste kampioensrace van dat jaar was hij als laatste weg, maar na een fenomenale inhaalrace kwam hij als eerste over de finish. In Etten stond hij nog aan de motor te sleutelen toen iedereen al uit het zicht was verdwenen, maar ook daar werd hij als eerste afgevlagd. Bij de laatste races in Tubbergen en Zandvoort herhaalde zich dit weer.
Na de twee magere jaren 1950 en 1951 was hij in 1952 opnieuw de beste. Tijdens de internationale races in Tubbergen van dat jaar pakte hij de titel door als beste Nederlander op de vijfde plaats te eindigen na een fel gevecht met de Italiaan Baviera. Samen met matchwinnaar Bruno Böhrer reed Postma een ereronde, waarbij zij door een grote menigte werden toegejuicht. Tubbergen behoorde voor Postma tot zijn favoriete wedstrijden. Assen heeft nooit veel indruk op hem gemaakt. De verschillen tussen de fabrieksrijders en de privé-rijders waren daar te groot. 
Toch behaalde hij tijdens de TT van 1952 een zesde plaats (beste Nederlander) en daarmee zijn enige wk-punt, waarmee hij in het wereldkampioenschap dat jaar als 22ste eindigde.Postma nam ook in het buitenland aan verschillende races deel, in België, Duitsland en Italië. 
In 1954 reed hij op uitnodiging naar Baden in Oostenrijk. Op weg naar het zuidelijk van Wenen gelegen circuit was hij door een keelontsteking lang niet fit. Als gevolg daarvan trainde hij niet veel en de verwondering was daarom des te groter toen hij op de eerste startrij bleek te staan. Na de start raakte Sieb in de eerste bocht een putdeksel en ging onderuit. Het ergste was dat hij van achteren werd aangereden. De borstkas sloeg op het olietankje boven op de tank. Zo belandde Sieb met een pijnlijke ribbenkast in het ziekenhuis. Hij kon het al gauw weer lopende verlaten. Maar het was nu genoeg geweest. "Wy hâlde no mar ris op mei dy grappen", zou vrouw Postma toen hebben gezegd. Het risico werd te groot. Er moest ook aan de toekomst worden gedacht. De garage in Hardegarijp was net verbouwd.
Met nog één race te gaan was Postma al zeker van de titel en door de laatste wedstrijd in Tubbergen te rijden zette hij die zelfs op het spel. Dat zat zo. Postma werd in de titelstrijd gevolgd door Henk Steman, die bij winst gelijk in punten zou eindigen. In dat geval zou de laatst verreden wedstrijd waarin beiden aan de start waren gekomen beslissend zijn. Dat was in Assen geweest en daar was Steman uitgevallen. Het kenmerkt de sportiviteit van Postma dat hij toch in Tubbergen aan de start verscheen. Het werd voor Postma, die beslist geen regenrijder 
was, extra moeilijk toen de baan door een hoosbui nat was geworden. "De lange Fries" bleef echter koel en veroverde de tweede plaats achter de Duitser Brand, maar voor Steman. Hiermee was de derde titel een feit voor de toen 39-jarige Postma met een Guzzi die inmiddels vijftien jaar oud was. Een mooier afscheid van de motorsport was niet denkbaar.
Toch kon Sieb niet geheel zonder snelheid. Net als John Surtees en Mike Hailwood later zouden doen, nam Postma nog deel aan verschillende autoraces, vooral rally's, waaronder een paar keer de Tulpenrally. Hij keerde nog regelmatig terug naar Assen om als bezoeker de TT-races te volgen. En snel rijden bleef zijn devies.
Verder richtte hij zich op zijn garagebedrijf dat hij tot 1975 zou leiden. Inmiddels bewoont hij met zijn echtgenote al weer vijftien jaar een appartement in Leeuwarden. 
Nog eenmaal heeft hij zijn Guzzi teruggezien. Tijdens de Centennial TT was Postma één van de deelnemers. Echter, bij het rijden naar de baan had hij even een black-out, en raakte zo met zijn motorfiets de afrastering. Een pijnlijke hand was het gevolg en daarmee was deelname verder uitgesloten.

Deze tekst is eerder verschenen in het tijdschrift ‘Het MotorRijwiel’, nr. 68 (maart/april 2004), pp. 32-34.

Eventuele aanvullende opmerkingen en herinneringen zijn van harte welkom bij de schrijver (Otto Kuipers, Leeuwarden, tel. 058-2887207, email wegracefr@hotmail.com).

 

 Even terug in de tijd: 1 juli 1965
Bron: actief 1965 Bennemastate

Actief 2e jaargang nr17  1 juli 1965

De Bejaarden van "Bennema state" te Hardegarijp werden zaterdag j.1. op originele wijze verrast. Het initiatief hiertoe was genomen door bet bestuur van de P.C.B. Wegvervoer, afd. Friesland. Deze afdeling vierde op deze dag op feestelijke wijze het 12 1/2  jarig bestaan. Onderdeel van deze feestdag was een oriënteringsrit. Eén van de opdrachten, die tijdens deze rit uitgevoerd moesten worden, was het aanbieden van een mandje met fruit aan de hoofdingang van ,,Bennema State”. Dit gebeurde heel officieel met een goed ingevuld vervoer adres, dat na ontvangst werd afgetekend. Bejaarden, directie en verpleegsters waren allemaal enthousiast over deze leuke geste en namen het fruit dankbaar in ontvangst. De officiële aanbieding vond plaats in de recreatiezaal van ,,Bennema State”. Dit gebeurde met een korte toespraak van de heer H. Brolsma, secr. van de Friese afd. van de P.C.B. en de heer Boersma, functionaris bij de Stichting Vervoeradres te Den Haag. Namens de bewoners van ,,Bennema State” werd een dankwoord gesproken door adj. directrice, Mej. S. Hoogland.


mei dank oan Alle+ en Janna Dijk hurdegaryp   

'Euphonia' uit Hurdegaryp toog in 1950 naar het concours

Tot in de vijftiger jaren had Hurdegaryp een fanfarekorps. Een groot muziekgezelschap is het nooit geweest met zijn hooguit 30 blazers en veel concoursen heeft men niet bezocht. Wel gaf het trouw acte de présence bij jubiles of dorpsfestiviteiten. “Marsjearje wie ûs sterkste punt net,” zo vertelt Henk Engbrenghoff uit Burgum, eigenaar van de afgebeelde foto. Doordat de muzikanten in lengte nogal uiteenliepen, waren de passen eveneens verschillend van afmeting. Daarom was ‘Euphonia’ op z’n best als het op een platte boerenwagen musicerend door het dorp trok.

HET CONCOURS
In 1950 besloot men z’n geluk eens te beproeven. De heren muzikanten namen, om meer plezier aan het uitje te beleven, hun dames mee, zodat in augustus een volle bus koers zette naar ‘MoIkwar yn ‘e Sûdwesthoeke’. “Wy hawwe ûs earst ek noch ferriden.” Molkwerum had toen nog niet de
huidige toegangswegen. Het was warm die dag en men mocht in een kerk aldaar even inspelen. “De preekstoel lei bûtendoar yn it gers, oars koene wy der net yn.” Vermoedelijk is het een niet meer gebruikte kerkzaal geweest, want het lijkt niet aannemelijk, dat van monumentale Godshuizen het interieur gedeeItelijk gesloopt werd om een blaaskapel de gelegenheid te bieden even te oefenen. “1k wit it stik net mear, mar der siet wol in lange roffel yn,” merkt Engbrenghoff, destijds trommelslager, op. “En wy hellen in twadde priis.”

DE KORPSLEDEN
De muzikanten zijn, te beginnen bij de vier op de bovenste rij van links naar rechts: bakker Tsjerk Kuipers, man en vader van het eerste rooms katholieke gezin in Hurdegaryp, S. Hannema, kapper Wilem Hiemstra en Lieuwe Holwerda.
Op de tweede rij houdt Jan Blauw het vaandel, verder schoenmaker Tolsma, Frans Boonstra, die ook voor dit fotoverhaal informatie heeft geleverd, de later met zijn gezin naar Amenika geëmigreerde slager Tj. Soldaat, H. Hiemstra, smid Harm Nicolay, Pieter R. de Vries, die klerk was bij notaris Gorter, zijn vader Rinze de Vries en Alle Jager.
Op de voorste rij staan afgebeeld Rommert Slot, Henk Engbrenghoff, Izak Kuperus, nu woonachtig in Raalte, Jappie Soldaat, Foeke Venema, Germ Wiersma, Albert Spoelstra, dirigent Osinga, Alle van den Meulen en Klaas de Vries. De vader van Rommert, Kees Slot, was melkboer in Hurdegaryp, maar net verhuisd naar Reduzum, waar hij baas werd in ‘De grote drie Romers’. Romment mocht nog mee naar Molkwar en op de terugweg zette men hem thuis af. Vader Slot onthaalde de muzikanten op een traktatie, waarvan men warm en blij werd van binnen. En aangezien bij vreugde muziek hoort, klonken in de straten van Reduzum orn kwart over twaalf ‘S nachts nog enkele marsen. Vele deuren gingen open en in nachtgewaad uitgedoste bewoners vroegen zich ver­schikt en nieuwsgierig af, waaraan men deze nachtelijke serenade te danken had.

HET NOTARISJUBILEUM
Dirigent Osinga, eigenlijk een pianist en een voortreffelijk musicus, Iegde kort nadien de dirigeerstok neer. Bassist Holwerda volgde hem op. Hij zette zich enorm in voor het korps, terwijl hij salarieel weinig eisen stelde. De wekelijkse repetities waren in de consistorie naast de pastorie, waar nu Bosgra zijn voertuigen ten toon stelt. Velen in het dorp droegen ‘Euphonia’ een warm hart toe. Toen riotaris J. Gorter zijn 25-jarig ambtsjubileum vierde, kwamen met alleen de dorpsnotabelen op de avondvullende receptie, maar ook het korps was uitgenodigd om te musiceren. Halverwege de avond maakte dirigent Holwerda een door de notaris geschonken enveloppe met inhoud open, waarin het voor die tijd vorstelijke bedrag van f 125.- zat ‘foar in nije trompet”. Ook waren de tractaties overvloedig en de glaasjes zelden leeg. Verschillende gasten lieten zich dan ook niet onbetuigd. “1k haw oan it ien fan ‘e jun wol tsien kear ôffûstke mei Jager en De Vries,” aldus Engbrenghoff. Ook de toenmalige plaatselijke predikant ds. De Boer had zich die avond de aardse geneugten allerminst ontzegd. Het verhaal gaat, dat hij, toen hij het feest verliet, wel langs en niet tegen een hekpaal fietste, maar voor hem helaas wel aan de verkeerde kant, zodat hij met hulp van de feestgangers onder de nodige hilariteit uit de gracht getrokken moest worden. Kletsnat en groen van het eendekroos keerde hij huiswaarts. Lijkt dit verhaal tot nu toe meer de historie van een groep kermisgangers, die zich van het ene naar het andere drinkgelag spoedden, dan is dat ten onrechte. De repetitieavonden waren leerzaam en er werd steeds ijverig gemusiceerd.

HET EINDE
Halverwege de vijftiger jaren is, zoals in de aanhef reeds is geschreven, de klad er wat in gekomen. Door emigratie, verhuizing en te weinig adspirantleden raakte het korps in de versukkeling. De oude tweespalt in het dorp ‘openbaren en christelijken’ of ‘grouwen en finen’ heeft ook daartoe bijgedragen. “Wy spylje oan it begjin en oan it ien in koraal, foar de ien in gebed en fear de oar allinnich foar de stemming’
placht dirigent Holwerda vaak te zeggen. Maar het verzoek te komen spelen bij het feest van de openbare school riep bij enkelen weerstand op, omdat juist in die tijd de strijd voor het oprichten van een christelijke school het hevigst was. (Hurdegaryp een teken!) Voor weer anderen was het onverteerbaar een eventueel te houden feest van de chr. school met muziek op te luisteren. Niet lang daarna zijn dan ook de laatste tonen van ‘Euphonia’, de naam betekent welluidendheid, verklonken...        

J. Bergesma.

bron:weekblad actief woensdag 23 mei 1990

 

ZONDAG 27 MAART 1966 en DONDERDAG 23 FEBRUARI 1967

Hurdegaryp voorpaginanieuws in de landelijke pers

In maart 1966 en februari 1967 raasde er een westerstorm over Hurdegaryp. De huizen aan de Vossenburcht en De Horst stonden destijds op de eerste rang. Ten westen ervan nog een weids landschap zonder enige vorm van bebouwing.

Op zondag 27 maart 1966 werd het dak van het blok Vossenburcht 18 t/m 28 gerukt. Nog geen jaar later, op donderdag 23 februari 1967, ‘volgden’ de blokken De Horst 37 t/m 45 en Kobbeflecht 52 t/m 60. De daken van de niet getroffen woonblokken aan Vossenburcht en De Horst zijn daarna ook vernieuwd.

Hier een impressie aan de hand van verschillende krantenartikelen..

L.C. maandag 28 maart 1966:

                       

          Storm vaagde in Hardegarijp dak van huizenblok

Balken boorden zich in huizen aan overzijde

De westerstorm die gisteren over het land raasde had het in Friesland speciaal op Hardegarijp gemunt. Een valwind rukte daar in de Vossenburcht aan de westkant van het dorp het dak van een in 1962 gebouwd blok van 6 woningen. Het dak, ter lengte van ± 36 meter, zwiepte in z’n geheel de lucht in, brak in stukken boven de ruim 30 meter brede straat en sloeg gedeeltelijk tegen en in een drietal woningen aan de overkant. Spanten en dakhout lagen tot op 80 meter van de toegetakelde huizen. De totale schade loopt tegen de ƒ100.000,00. Persoonlijke ongelukken deden zich niet voor.

Perplex

De bewoners van de Vossenburcht hebben des te meer gemerkt. "Het was ongeveer 11.00 uur" vertelde de heer Johannes Hansma (54), die met vrouw en 2 grote kinderen op nr. 24 woont. "Het werd vreselijk weer. Een kletterende regen, zware hagel en dat gepaard met harde wind. En toen gebeurde het. Het was net of alles ineens werd opgetild. En dat met een hevige knetterende slag. Er sloeg een steekvlam uit de kachel en we zagen dat de schoorsteen in de tuin viel. We waren perplex. Het hele dak was van ons huis gezogen en grotendeels tegen de woningen aan de overkant geslagen".

Snelle hulp

Kort na het verwoestende werk van de windhoos kwam van alle kanten hulp toestromen ondanks het feit dat het nog steeds hevig regende. De woningen waarvan het dak was verdwenen, terwijl grote gaten in de boardplafonds van de daaronder liggende slaapkamers waren geslagen werden zo snel mogelijk voorzien van dekkleden. Firma Wagenaar uit Leeuwarden stelde 600 m2 dekzeil beschikbaar. Mannen van gemeentewerken Tietjerksteradeel waren binnen een half uur na de ramp druk aan de slag de kleden te bevestigen, samen met aannemers en hun personeel uit het dorp. De balken en planken die door de ruiten ‘aan de overkant’ naar binnen waren geslingerd werden naar buiten getrokken. Met hout, board, plastic en zelfs met een oude pingpongtafel werden de ramen dichtgemaakt. Om 16.00 uur was het hele karwei achter de rug. Burgemeester Oppdijk van Veen, die zelf de toestand in ogenschouw kwam nemen, liet een patrouillewagen van de politie inrichten als kantinewagen. De auto bracht kannen koffie en belegde broodjes, klaargemaakt in hotel Hardegarijp.

Geen paniek

Hoewel iedereen in de Vossenburcht enorm geschrokken is, is er geen paniek ontstaan. Het mag een wonder heten dat zo goed als niemand gewond is geraakt. In sommige huizen werden de slaapkamers vernield. De spanten boorden zich dwars door de plafonds en kwamen met stenen op de bedden terecht. Een benauwd ogenblikje beleefde de 28-jarige Ina van der Molen, dochter van het hoofd van de Juliana van Stolbergschool in Leeuwarden, die de meest noordelijke woning van het blokje van zes bewoont. Zij was zich boven aan het verkleden toen plots het dak van het huis werd gelicht. Ze snelde naar beneden terwijl het plafond van het trapportaal wegsloeg.en de trapleuning onder vallend gesteente bezweek. Ze kreeg een steen tegen de benen.

Er hing na de valwind zware kolendamp in de kamer. Bij de meest zuidelijke bewoner van het blokje, de heer P.Siemer (vrouw en 2 kinderen) zaten tal van deuren klem. De kozijnen schijnen verzet te zijn door de wrikkende beweging die veroorzaakt werd door het wegrukken van het dak. Aan de overkant werden 3 huizen zwaar beschadigd maar hier waren het vooral de woon- en slaapkamers die het moesten ontgelden en waren bijna alle ruiten vernield.

Elders slapen

Wonder boven wonder ook hier niemand verwond. Bij de fam. Kasse staken de balken ook door het plafond. In het zwaarst getroffen blok van zes heeft vannacht maar een gezin thuis geslapen. De anderen hadden elders een onderkomen gezocht. Overigens hebben vannacht alle zeilen het, ondanks de harde wind, gehouden. Sommigen durfden niet het electrisch te gebruiken omdat de leidingen deels bloot lagen. Vandaag kunnen de bewoners verder met het opruimen van glas, stenen en kalk, de meubels, de bedden enz. zodat een verblijf in de woningen weer mogelijk is. Zeer te spreken waren alle gedupeerden over de hulp, vooral ook van de zijde van de gemeente.

L.C. vrijdag 24 februari 1967

Weer daken gewaaid van blok woningen in Hardegrijp

Blok steen in wiegje bij baby

Vanmorgen om 10.10 uur, precies als bijna een jaar geleden, zijn in Hardegarijp de daken van een blok van 5 huizen gewaaid. Het dak, van ongeveer 40 m lengte, werd door een rukwind in zijn geheel van het huizenblok getild. In de lucht brak het dak in 3 stukken waarvan het middelste deel meteen achter de woningen terecht kwam en de andere stukken her en der vlogen, een ander blok woningen beschadigden en op verschillende plaatsen de grond omploegden. Overal in de omgeving lagen planken, spanten en balken.

Het hele dak werd ‘weggevaagd’ m.u.v. de spouwmuren. De beschadigingen zijn het ergst aan de westkant, waar de wind vandaan kwam. Bij de fam. Posthuma kon men, in de slaapkamer staande, gewoon ‘ins blaue hinein’ kijken. Mevr. Posthuma (Kobbeflecht 60) deed ons huilend de deur open. "Ze moesten voor de bijl, die kerels" was haar eerste reactie. Mevrouw Posthuma liep de trap op naar boven waar op de slaapkamer van haar en haar man de wieg van hun 8 maanden oude dochtertje Evelyn stond. Het kind lag rustig te slapen toen het dak en een gedeelte van de muur wegwaaiden. Een brok steen van zo’n 3 kilo viel in de wieg op 30 cm van het hoofdje van de baby. Gelukkig werd ze niet verwond. Vrienden, onder wie dokter Rhee, hielpen de heer Posthuma bij het pakken van kleding en huisraad. Het dak van hun huis ligt 60 m verderop tegen de zijmuur van de woning van de familie Offereins aan de Douwetille. Twee werklieden sjorden aan een zware dakspant die 1 meter de bodem is ingeslagen.

De heer Ponne, wonend op nr. 58, had al plannen om naar Leeuwarden of Hallum te verhuizen en bood zijn woning via een biljet voor het raam te koop aan. Gelukkig ben ik goed verzekerd, zo vertelde hij vanmorgen. Nadat verleden jaar de daken van de woningen in de Vossenburcht waren gewaaid had hij zijn stormschade verhoogd van ƒ27.500,-- tot ƒ40.000,--. Aan het huis heeft altijd wat gemankeerd, zo zei de heer Ponne. "Wij hadden de huizen op tekening gekocht en hebben een tijdje de laatste termijn ingehouden toen ze waren opgeleverd. De oorzaak van de kwaal lijkt mij dat de daken niet verankerd zijn".

De heer H.Talma op nr. 54 was druk bezig om spullen van de vliering te halen. ’s Morgens was hij als PTT-monteur in de Fonteinstraat in Leeuwarden aan het werk toen het kantoor hem belde "of hij maar onmiddellijk naar huis wilde gaan". De heer Talma trof thuis een enorme ravage aan. Hij vertelde hij dat hij al eens wat aan het dak gedaan had omdat het vorig jaar bij een stevige wind wel 2 cm uit z’n voegen was gelicht. Zijn vrouw was op het moment van de rukwind juist met haar dochtertje bezig de slaapkamers te doen. "Opeens een luid gekraak, ik vlieg naar achteren en zie allemaal brokstukken door de lucht vliegen" vertelt ze, nog onder de indruk.

Op Douwetille 17, enkele tientallen meters achter de beschadigde huizen, woont mevr. D.Plantinga. Zij was bij de buren toen een brok dak langs vloog en tegen de achtergevel van haar huis dreunde. Ook bij haar ontstond een ravage. De achter-slaapkamer is geruïneerd. Een piano, die beneden voor een raam stond, heeft voorkomen dat haar zoontje van 8 maanden door rondvliegende glasscherven werd getroffen.

De Hardegarijpsters, die dachten dat ze het ergste achter de rug hadden, hadden het mis.

Om 14.15 uur waaiden nog eens de daken van een blok woningen. Nu betrof het 5 huizen aan de Horst op ± 150 meter afstand van de Kobbeflecht. De huizen worden bewoond door de fam. Bouma, mevr. Fekkes, fam. Jansen, fam. Talma (de ouders van Talma, Kobbeflecht 54) en fam. v.Dam.

Automobilisten tussen Hardegarijp en Leeuwarden reden met de lampen op vanwege opstuivend zand. In Hardegarijp was een draad van het electriciteitsnet gebroken en op de Rijksstraatweg gekomen waardoor het verkeer werd opgehouden.

De omstandigheden waaronder verleden jaar op zondag 27 maart in Hardegarijp een blok van 6 woningen zwaar werd beschadigd waren ongeveer gelijk aan die van vandaag. De beschadigde woningen zijn van precies dezelfde soort. Ze zijn een jaar of vier geleden gebouwd door het aannemersbedrijf Gebr. Adema uit Goutum die het werk verrichten in opdracht van de Noord Ned. Bouwmij. in Groningen. Het ontwerp van de woningen is van architect Aris van den Berg uit Leeuwarden. De woningen zijn indertijd voor omstreeks ƒ 16.000,-- opgeleverd. In 1966 / 1967 bedroeg de verkoopprijs al ongeveer het dubbele van dit bedrag.

In Goutum geeft een sombere aannemer B.G.Adema .zijn mening over het gebeurde. Het is de tweede keer dat het bedrijf van hem en zijn broer zoiets overkomt. "Het dak was van te lichte constructie" meent hij. "Anders was dit nooit gebeurd". De woningen waren naar zijn zeggen goedgekeurd door Bouw- en woningtoezicht. "De gemeente had het toezicht" verklaart de heer Adema. "Ik hoop dat de bewoners van deze blokken, evenals de gedupeerden van vorig jaar, door de verzekering schadeloos gesteld worden. Maar wij krijgen er ook weer een enorme dreun door hoewel we er niets aan kunnen doen. Je maakt een kostenberekening en je bouwt voor de opdrachtgever.

                                 

 

25 jaar Geref. vr. ver. "niet in eigen kracht" 1952-1977

 
De ferjitten dichter fân Hurdegaryp, Auke Boonemmer


IT BOASK OAN 'E DYK

Der roun is in famke mei linten en bân,
In koer yn de earn en in koerke yn 'e hân;
Det famke der kaem 'e Kollumersweach,
Sa proastich en tsjep as min selden ien seach.

Hja keam by de huzen en draeide oan 'e doar
En róp dér fen ,folk"en fen ,keapje ien en oar!"
Hja wier den sa frieunlijk en lake sa blier,
Sa blier om to stellen, ja siker, 't is wier.

Den roun se wer foart en den sei se goendei;
't Bûnt jakje det skodde en it hier floddre nei,
En blafte 'r in hountsje, det flaeide se sa,
As woe se sa wier der in patsje fen ha.

Krek roun der in feintsje dy faem efternei
Mei 'n reapbosk en skrobbers, dêr sjutele 'r mei;
Det feintsje det kaem fen 'e Sweach-westerein,
In eabel tsjep feintsjen op fjouwren bislein.

Dy sei tsjin it famke: ,,ho rinste sa hird?"
Hja lake en hja sei: ,,Om 't is letter al wirdt."
Do wonk hjar it feintsjen en sei: ,,bliuw hwet stean!
In famke, sa lieaf, wol ik graech yet mei gean."

De skrobbers dy kreaken, it reap sei fen pyp,
't Bûnt jakje det floddre troch Hirdegaryp,
De strietwei s'in slok ha, hein's'elkoarren sein.

Do gyng it al fierder op Ljouwert mar ta,
Hy 't reap op 'e holle en it koerke droech hja;
Mar ticht by de Brêge waer 't famke sa kjel,
Sa smiet dy jongkearel de reapbosk dêr del.

Hy pakte hjar om en gyng sitten op 't strie
Mei 't famke, krekt as 't op in kanapé wie;
Hja frijden det 't klapte; det klonk oer de Wiel
En sjean koe gjin ien it, dêr wier ek gjin siel.

It reap waerd forkoft en de dei gyng oan d'ein;
Min ken it wol riede, as is 't yet net sein:
Dy beiden dy friss'len fen lint en fen strie
In houliksbân, krekt as 't in goudene wie.

Auke Boonemmer 1888

1823-1894, Hy waard berne yn Grou,syn anker hie er sûnt 1848 yn Hurdegaryp by in widdo.Freon fan Tsjibbe Gearts van der Meulen, sa krige Auke Boonemmer syn grêf yn Ryptsjerk.Auke waard ferver en soe altyd it idee hâlde dat er eins mear betsjutte as in sljochtwei ambachtsman.
mear ynfo:klik hjir!

HURDEGARYP MEER DAN 50 JAAR GELEDEN

Enige persoonlijke herinneringen van Floris Visser

“Tusken Wâld en Wetter” heeft Marten Scholten de dorpskrant genoemd. En dat is heel terecht. Hurdegaryp lag op een zandrug tussen het veen. Aan de oostkant de Fryske wâlden en aan de overige kanten het lage midden van Fryslân. Die zandrug liep rond de Rijksstraatweg en de Burgemeester Drijberweg richting de Hoek. De Burgemeester Drijberweg heette eerst nog de Zomerweg (daar ben ik aan geboren). Burgemeester Drijber was indertijd tegen het bestraten van de Zomerweg. Misschien heeft men ‘daarom’ wel de weg naar hem vernoemd!

Op een bodemkaart van Fryslân zie je heel mooi de Dokkumer Wâlden en Trynwâlden liggen als een soort noordelijke zandpuist in het omringende klei- en veengebied. Dit zandgebied is ontstaan doordat een keileemlaag vrij ondiep aanwezig was, waardoor de zee er geen vat op kreeg. Mijn vader had als timmerman hier mee te maken. Hij noemde deze laag de oerlaach.

Eén van mijn eerste herinneringen was de bevrijding in april 1945. Wij liepen toen naar de Canadezen bij hotel Braam (nu Hotel Hardegarijp) aan de Rijksstraatweg. Daar werd chocola uitgedeeld en heerste een heel vrolijke sfeer.

Vooral in de eerste periode van de 19 jaar dat ik in Hurdegaryp woonde (1941 tot 1960), was alles buiten de bebouwing langs Rijksstraatweg, toen nog Zomerweg, Stationsweg en Thoden van Velzenweg boerenland. In het voorjaar was dat allemaal natuurgebied met veel weidevogels. Wie de meeste kievitseieren vond, was een ware dorpsheld. Maar na 19 april mocht je niet meer ljipaai sykje. Daar werd ook strikt op gelet en de hand aan gehouden.

Veel land rond Hurdegaryp lag in de Friese boezem en stond ’s winters onder water. Daar kon je dus al gauw en ook vaak op schaatsen. In het voorjaar vond je op de dijkjes rond het boezemland altijd zoetwaterschelpen (in ‘it Reidlân’ waar nu de Reidslânswei is). Op andere plaatsen bloeiden veel dotterbloemen (in ‘it Súd’, nabij de huidige Jintewarren). 'It Noard' ten noorden van de spoorlijn was één groot natuurgebied, waar omstreeks 1955 nog ontginning heeft plaatsgevonden. Met de pream van mijn vader, die bij de Pôllesingel lag, en met behulp van de kloet kon je er gemakkelijk komen en prachtig varen.

Ook op andere plaatsen kon je als jongens je prima vermaken. Wij speelden vaak bij de boerderij van Kees van der Veen op de Hoek. Daar kwam je via een zandweg (dat begon naast de duplexwoningen) met een aantal haakse bochten met daarnaast een fietspaadje langs het boskje rond het Gaeleslot. In dat boskje was veel mos te vinden. Dat gebruikten we voor de kijkdozen op school. Langs de zandweg was ook bouwland met koolrapen, die we dan aten.

Veel percelen land rond Hurdegaryp hadden een naam, bijv. de seisde heal, de lange jammer, de hege fjouwer en de hege fiif, naar deze laatste is de sporthal vernoemd.  Rikus Westra kende er vele van. Zijn deze namen trouwens nu nog bekend?

Hurdegaryp was een langgerekt lintdorp. Als je uit de enige school in het dorp (naast de Hervormde kerk) kwam, dan ging je of naar het oosten of, zoals wij, naar het westen. Je speelde dan ook vrijwel alleen met kinderen uit jouw buurt. De klassen waren klein; die van mij telde 6 meisjes en 3 jongens. Het was een vrijzinnig dorp. Er was alleen maar een openbare school. De christelijke school kwam later, overigens met nogal wat protest.

Het dorp had ook vrij lang ongeveer hetzelfde aantal inwoners. Er kwam vrijwel niemand bij en er vertrokken ook niet veel. De eerste nieuwbouw waren de duplexwoningen aan de toen nog Zomerweg.

Hurdegaryp was dus een vrijzinnig dorp en met het hoogste percentage VVD stemmers van alle dorpen in Tytsjerksteradiel. Notaris mr. J. Gorter uit Hurdegaryp zat lang in de gemeenteraad voor de VVD. Maar het aantal VVD-ers was niet hoog. Er waren toen nog geen Wiegelliberalen. Ook het aantal stemmers op ARP en CHU was gering.

Spannend was de jaarlijkse kortebaanharddraverij op de dinsdag van de kermis in september. “Op uw plaatsen, klaar af” klonk het dan. De “renbaan” was in de omgeving waar nu de Gereformeerde kerk staat. Hurdegaryp was bekend om stal Van der Veen met onder meer het bekende paard YYV. Getraind werd op de Zomerweg richting Tytsjerk, die toen nog niet verhard was. Daar gingen we dan vaak kijken.

’s Zomers deed je aan kaatsen. Ik herinner me nog dat ik bij de jeugdwedstrijd van Reitsje Him een paar jaar achter elkaar de eerste prijs won. Dat kwam niet omdat ik goed kon kaatsen, maar omdat ik steeds in het partuur van Koop Scholten lootte. Hij was toen één van de beste kaatsers van Hurdegaryp. Wij werden dan gehuldigd door Hearke van Os in de box naast het sportveld in de buurt waar nu de Gereformeerde kerk staat.

En in de zomer zwom je met zijn allen in het spoorgat naast de spoorlijn. Dat was reuze gezellig. Met heel mooi weer waren er wel 50 badgasten. De ondergrond van het spoorgat was vooraan hard, maar verderop venig, waardoor het water dan erg troebel werd. Je kwam dan uit het zwembad met een ‘baard’ van veen.

Veel indruk op mij maakte de jaarlijkse uitvoering van de Hardegarijper Sport Vereniging HSV onder leiding van meneer Van der Werf op een winteravond in de bovenzaal van Hotel Braam.

Ook leuk vond ik het vertrek en de aankomst van het jaarlijkse uitje van de bejaarden. Na afloop zaten ze dan nog even in de mooie theetuin naast hotel Braam waar nu de parkeerplaats is van hotel Hardegarijp. We luisterden naar toespraken van de voorzitter van de vereniging van ouden van dagen, Doeke de Vries, en naar de woordvoerder van de bejaarden, Sybren Koop. Beiden bezaten de gave van het woord.

De kerk trok in zo’n vrijzinnig dorp niet veel belangstelling: elke zondag zaten maar ongeveer 25 mensen in de kerk. Alleen met dankdag voor gewas en met Kerst was de kerk vol.

Ik denk nog met plezier terug aan de zondagsschool in de consistorie naast de oude pastorie. Onder de stenen bij het tuinhuisje zag je daar soms hagedissen. De verhalen uit de Bijbel waren vaak spannend. Je zong luidop “Grote God wij loven U, Heer o sterkste aller sterken”. Ik vraag me af of dat lied in de oorlog mocht worden gezongen met de heerser uit Duitsland die niemand boven zich duldde.

In ieder dorp heb je, volgens mij, dorpshumor. Hurdegaryp telde in die tijd 1200 inwoners die je vrijwel allemaal kende. En ieder mens is uniek en heeft wel iets grappigs over zich. De humor in Hurdegaryp was nooit scherp, maar je kon altijd wel lachen.

In de jaren vijftig waren er veel boerderijen en er was nog de hoefsmid. In het dorp was nog geen tractor te bekennen. De meeste bewoners hadden werk in Hurdegaryp als zelfstandige of bijv. bij de boer. Men bezat weinig, maar men vermaakte zich best. Geert Mak heeft ongeveer een jaar bij zijn ouders in Hurdegaryp gewoond. Ik heb wel eens gelezen dat hij Hurdegaryp maar niets vond. Hij heeft vast niet in het dorp geleefd. Mijn mening is dat wanneer je er wel een tijd hebt geleefd, het er gezellig was. Met veel plezier heb ik in Hurdegaryp met zijn mooie omgeving gewoond.

Floris Visser

 

 

       Hurdegaryp '05

 
 
Verenigingen Hurdegaryp
Home
Kunstroute Hurdegaryp
Wijngilde
Fûgelwacht
De Schalmei
Tusken Wâld en Wetter
ijsclub
Hameije
Volkstuin
Ypeyruiters
Aan lager wal
Amnesty
Damesbiljart
Oudpapier
Reitsje him
vv Hardegarijp
Vrijzinnige Hervormde V.V.
Dorpsbelang
Zangvereniging UDI
Uitvaartvereniging
BvPF vrouwen van nu
Zangver.Laudamus
't Winkeltje
Ch.basisschool de Winde
Doopsgezinde Kerk
Bibliotheek
Basketbal Vereniging
M.R.V. Tesselschade
De Wissel
Tennisvereniging Galefjild
Volleybalclub
Fotoclub Objectief
Country line dance
Tussen Wal en Schip
Kunstkring Hurdegaryp
Verzorginstellingen
O.B.S. Hurdegaryp
Bridge club
Protestantse Gemeente i.w.
Arendsnest Kdv / Bso
P.S.Z. 't Wisseltje
H.S.V 
 
 Regio Links
Fryslân Links
Nieuws uit regio
Heitelân
Bed and Breakfast
Dear Canada
Woningen in Hurdegaryp
Bennemastate
Stichting Welzijn T-diel 
 
 
Hurdegaryp Vereniging
Er zijn in Hurdegaryp veel instellingen en verenigingen die zich op de een of andere manier inzetten om het wonen in Hurdegaryp aantrekkelijk te maken. U kunt hierbij denken aan de sportverenigingen, de oud-papier-inzamelcommissie, de speel-o-theek, het dorpshuis "De Schalmei", enz. Tot de verenigingen die zich in willen zetten voor het dorp, behoort ook de Vereniging voor Dorpsbelangen. Al 85 jaar heeft de Vereniging maar één doelstelling, namelijk het bevorderen van de leefbaarheid in Hurdegaryp.