Dinsdag 2 september 1930 Hepkema's courant (57e jaargang) -
Heerenveen
NIEUWSBLAD
VAN FRIESLAND
Ontzettende moord onder Hardegarijp
Een
bekende figuur uit de wereld van de paardensport,
de heer J.K. van der Veen, is op het erf van zijn
boerderij doodgestoken.
Zondagavond
ruim tien uur is de heer Jitze Kornelis van der
Veen, een bekende figuur uit de
harddraverswereld en eigenaar van uitgebreide
renstallen, op het erf van zijn boerderij, gelegen
aan den zoogenaamden Zomerweg (een straatweg
tusschen Hardegarijp en Bergum) toen hij eenige
jongelui sommeerde zijn terrein te verlaten,
plotseling door een van hen doodgestoken. De vermoedelijke
dader, de 30-jarige ongehuwde straatmaker Gosse
Douma, woont met z‘n ouders en twee zusters in
een arbeiderswoning aan denzelfden weg op eenige
honderden meter afstand van de groote boerderij
van Van der Veen. Hij is door rijksveldwachter Visser
van Hardegarijp, die getuige van het vreeselijke
misdrijf was, gearresteerd en overgebracht naar de
marechausseekazerne te Quatrebras.
Douma
laat zich over het gebeurde weinig uit en heeft
nog niet bekend den moord te hebben bedreven,
hoewel de bewijzen tegen hem zeer bezwarend zijn.
Rijksveldwachter Visser heeft hem nl. direct nadat
het misdrijf gepleegd was, een geopend en
bebloed dolkmes ontrukt, waarmee Van der Veen moet
zijn gestoken. Het slachtoffer, dat een snede van
5 cm breedte recht in het hart ontving en direct
dood was, is 37 jaar oud, gehuwd en vader van twee
meisjes, één van zeven en één van veertien
jaar.
Hoe het afschuwelijk feit zich heeft toegedragen.
Toen boer v.d.Veen Zondagavond in
zijn auto van de paardenrennen te Scheemda
thuiskwam, liep een viertal jongens rond de
boerderij te slenteren. Den geheelen namiddag
hadden zij zich al in de nabijheid van de hoeve
opgehouden, kennelijk met het doel om het
18-jarig dienstmeisje, Pietje de Lang, wier vader
ook bij v.d.Veen in dienst is, te spreken te
krijgen. Onder het viertal bevonden zich Tj.
v.d.Meulen, metselaar te Bergum en de
meergenoemde straatmaker Gosse Douma. Feitelijk
was het v.d.Meulen, die omgang had met het
dienstmeisje.
De boer was in ‘t geheel niet op
die “strunerij” gesteld en was om die reden
bij de jongens niet erg gezien. Toen de boer nu
ook weer een aantal jongens om z’n huis zag,
maakte hij korte metten, reed met z’n auto naar
den rijksveldwachter Visser te Quatrebras en verzocht
dezen te willen meegaan, zeggend “dat
hij weer last van die struners had”. In burgerkleeren is Visser meegegaan, na zijn
revolver op zak en een gummistok bij zich te
hebben gestoken.
Bij de boerderij aangekomen bemerkten
de mannen dat enkele van de jongens reeds op het
erf stonden. Ze stapten uit de auto en v.d.Veen
zelf is toen op een van hen toegeloopen om dezen
te noodzaken het heem te verlaten. Terwijl
veldwachter Visser slaags raakte met Tj.v.d.Meulen,
kreeg v.d.Veen onverwacht een steek met een
vlijmscherp dolkmes. Hij werd in de hartstreek getroffen
en moet bijna onmiddellijk dood zijn geweest.
Visser, die zijn belager met
den gummistok tot rede had gebracht, vond Gosse
Douma met een lang dolkmes in de vuist geklemd
naast den boer liggen en heeft Douma met veel
moeite dit mes ontrukt. Zelf had Visser een
bloedende wonde
aan het voorhoofd, hem met een
hard voorwerp door v.d.Meulen toegebracht. De
overige jongemannen schijnen niet aan de
vechtpartij te hebben deelgenomen.
Het ontzettend gebeuren wordt nog
tragischer als men bedenkt, dat de echtgenoote
van den boer bij de lafhartige steekpartij
tegenwoordig was en radeloos uitgilde dat haar
man werd vermoord.
Inmiddels was van vele kanten hulp
komen opdagen. Het inwonend personeel van de
boerderij, dat even voordat het afschuwelijk
misdrijf plaats vond, naar bed was gegaan, kwam
op het hulpgeroep naar buiten, terwijl niet lang
na het gebeurde ook dr. Bontekoe arriveerde.
De vermoedelijke moordenaar, Gosse Douma, werd door
veldwachter Visser te voet naar de
rnarechausseekazerne te Quatrebras overgebracht,
waarna eenige marechaussees met Visser naar de
plaats van het misdrijf zijn teruggegaan.
Dr. Bontekoe constateerde een
diepe snede in de hartstreek, ten gevolge waarvan
de verslagene bijna onmiddellijk moet zijn
overleden.
Volgens verschillende verklaringen
heeft Douma het dolkmes, waarmee de doo-delijke
steek is toegebracht, eenige uren voor het
misdrijf plaatsvond van een zekeren Jelle Hoekstra
geleend en er den verderen avond mee
rondgeloopen.
Ofschoon het niet onmogelijk is dat Douma die dag een glas bier heeft gedronken,
werd ons van verschillende zijden verzekerd
dat hij in geen geval beschonken is geweest.
Onder anderen werd dit met groote stelligheid
gezegd door een bejaarden arbeider, die de jongens
‘s middags nog had geraden nu maar weg te gaan
en zich verder niet met Pietje de Lang, het
dienstmeisje, in te laten.
Leed…
ook in en bij de renstallen.
Toen we gistermorgen bij de
boerderij van Van der Veen aankwamen troffen we
daar direct den bekenden pikeur Joh. Siderius,
een broer van Marten Siderius, welk tweetal
geregeld den naam van de renstallen van den heer
Van der Veen hooghield. Zondag waren beiden met
den boer in Scheemda geweest op de harddraverij,
welke daar werden gehouden. Marten had met Ago
Kan, eigendom van den heer Herder te Jouwre
nog een eerste prijs gewonnen en Johannes met
Ida S een tweede. Na afloop was de heer Van der
Veen direct met Marten naar Hardegarijp teruggekeerd en de jongste Siderius was als gewoonlijk
eerst om half elf met de paarden thuisgekomen.
Johannes stond gistermorgen stil tegen het hek
van de boerderij geleund. Veel wist hij niet van
‘t vreeselijke gebeurde. Merkbaar onder den
indruk vertelde hij: “Toen ik zondagavond
thuiskwam om half elf hoorde ik, dat ze den boer
doodgestoken hadden. Ik kon het niet gelooven en
nog kan ik het me niet indenken. Altijd was ik
bij hem, den heelen dag, van ‘s morgens
vroeg tot ‘s avonds, wanneer we naar huis
gingen. En vanmorgen zouden we weer de paarden
trainen.... ‘t Is afgeloopen, mijnheer,
afgeloopen. Nooit zien we hem weer, onzen
baas.”
Johannes Siderius nam ons nu mee naar de stallen aan den
overkant van den weg, waar verschillende dravers
waren gestald. Een paar stalknechten waren bezig
Ago Kan van versch stroo te voorzien. Ook hen
was het aan te zien dat een groot verlies
hen getroffen had. “Alles zal
wel weg gaan jong. Al die paarden waaraan de
baas zoo gehecht was”’. En de oude
stalknecht schudde zijn hoofd.
Treffend was het deze mannen en die paarden. Ze hielden van elkaar, ze
waren aan elkaar gehecht. Als menschen gingen ze
met elkaar om. En nu... één hunner ontbrak...
de baas. De menschen, ze begrepen het, maar
konden het nog niet verwerken.
De dieren… blij hinnikte Ida
S, wanneer ze Siderius stem hoorde, Oracle
besnuffelde ons toen we in in box kwamen en
z’n oogen vroegen om een klontje suiker.
Allen hebben we ze gezien, al die glimnende
glanzende, slanke paarden, die het een na het ander door Siderius
geliefkoosd werden, Troubadour, een der
lievelingen van Van der Veen, Stânfriezin en
Malie D, de snelste kortebaandraver in Nederland.
Ook de box van Henriot, de oude blinde hengst,
ging open. ,,Ja, jong, de baas was ook gek met
dy. Siest hem nooit weer…” En een paar
klappen op den hals van het dier volgden. In de
boerderij waren ook een paar dravers
ondergebracht. De een zag er nog beter uit dan
de andere. Allen waren ze in een prachtconditie.
Siderius wees ons nog een paar
twee-jarigen, die in een weiland, een eind van
de boerderij af, liepen. De baas zorgde voor de
toekomst ….. Diep hebben we met Siderius meegevoeld toen hij
ons alles toonde. We werden ons ervan bewust hoeveel één
moordenaarshand in één oogenblik heeft
vernietigd. Hoeveel leed hier in en bij de
renstallen over velen is gestort...
De persoon van den vermoedelijken dader.
Gosse Douma, een 30-jarige ongehuwde straatmaker, die
bij z’n ouders en nog twee zusters in een
huisje aan den Zomerweg woont en die voor den dader wordt gehouden, staat in den omgeving nu juist
niet zoo gunstig bekend. Trouwens, we hoorden
verschillende personen daar in den buurt
verklaren dat er vrijwat jongelui in die streek
rondloopen
met open messen, die bij een kleine ruzie direct
te voorschijn worden gehaald.
,,Ze straffen ze niet genoeg”, oordeelde een van den omwonenden. ,,Ze
moesten ze veel langer vasthouden”.
Wat Douma betreft, we hebben
van-, morgen met z’n vader en met zijn beide
zusters gesproken. Deze ontkenden ten stelligste dat Geese den
rnoord had gepleegd, want ze geloofden het
niet dat hij daartoe in staat was. De oudste
zuster gaf te kennen dat Gosse Zondagavond onder
den invloed van sterken drank was geweest. Een
kameraad van Douma. Tjitse van der Meulen, die
er ook in betrokken was en met veldwachter Visser
slaags is geweest, was van oordeel dat Gosse
niet dronken was. Wel had hij iets gebruikt.
Bovendien gaf v.d. Meulen te kennen, dat de
veldwachter met hem vocht en dus niet gezien kan
hebben dat Gosse v.d.Veen stak. In het donker
kan best een ander onverwachts te voorschijn
zijn gekomen, was zijn opinie. De familie van
Douma zag de toekomst donker in. Gosse
was namelijk de kostwinnaar voor het
geheele gezin. Dat hun zoon in de streek
gevreesd werd, was hun niet bekend. Nooit hadden
ze daarvan iets bemerkt. Wanneer hij van zijn
werk thuis kwam, ging hij in den regel vroeg
naar bed. Tjitse van der Meulen gaf voorts nog
te kennen, dat men Gosse verdenkt, omdat hij en
Van der Veen voortdurend ruzie hadden en men
vermoedde dat het wrok was geweest wegens de onlangs
ingeslagen ruiten waarvan Van der Veen enen
rechtzaak had gemaakt. Deze kwestie is
den 28sten April j.l. voor den rechtbank te
Leeuwarden behandeld. Ook bij zekeren Vlieger
waren ruiten ingegooid. Den heer Van der Veen
verklaarde destijds, volgens het
rechtbankverslag, dat hij reeds op bed lag, toen
hij op zij van het huis glasgerinkel hoorde.
Door baldadige handen was een ruit ingeworpen.
Van de(n) dader(s) natuurlijk geen spoor. Van
der Veen dacht eerst, dat zijn knecht Van der
Heide een ongeluk had. Deze heeft echter direct
een fiets genomen en nabij de brug een paar
mannen achterhaald, waaronder Gosse Douma. Ze
hadden een biertje op en maakten nogal wat
rumoer. Van der Veen gaf op een vraag van den
officier van Justitie te kennen, dat het bij
hem. zo’n beetje gewoonte werd, dat ruiten
werden ingegooid. De knecht J. van der Heide
bevestigde dit. Hij heef
de personen van het erf zien afkomen en
is hen in de richting Bergum achterna gefietst
Hij trof een drietal jongemannen, waaronder
Gosse Douma, die dreigde hem te zullen
doodsteken. Van der Heide heeft toen maar gauw
rechtsomkeerd gemaakt.
Uit het verder verhoor bleek dat Douma één der
hoofdmannen is van een troep jongens, die de
omstreken van Hardegarijp met hun baldadigheid
onveilig maakt. De bewoners zijn bang om
daarvan aangifte te doen.
De eisch van den Officier van Justitie was 6 weken
gevangenisstraf. Het vonnis luidde één maand
gevangenisstraf. Donderdag a.s. zal Douma voor
deze zaak in hooger beroep voor het Gerechtshof
te Leeuwarden terechtstaan. Eén der zusters
van Douma vertelde ons nog, dat zij, toen
de moord gebeurde, op den weg was geweest. Ze
had gehoord dat v. d. Veen enkele personen van
het erf joeg en ook, dat hij een uitdagende
houding had aangenomen. Of haar broer
hierbij was, wist ze niet.
Van andere zijde vernamen we omtrent den
persoon van den dader, dat vanaf z’n kinderjaren
bekend staat als een woesteling; een individu,
dat het zich tot een eer rekent, de schrik van
den rustigen burger te zijn.
In memoriam Jitze Kornelis van
der Veen.
Met den heer J. K. van der Veen is een der meest
vooraanstaande figuren uit de draverswereld
heengegaan.
Op hem toch rustte de laatste jaren de leiding van
den uitgebreiden draversstal die grootendeels
nog op naam van zijn vader, K. G. van der
Veen, stond.
Hem was die moeilijke taak -
de liefhebberij voor dravers - uitstekend
toevertrouwd.
Tenei mear / wordt vervolgd
|